De denktank “jongvolwassenen” – Twee jaar later – Doen we het nu echt allemaal anders?
Een aantal van hen spreek ik nog regelmatig en bij gelegenheid hebben we het dan nog weleens over de denktank voor jongvolwassenen. Weet u het nog? Twee jaar geleden vormde een groep jongvolwassenen uit onze Gemeente een zgn. Denktank en aan hem werd gevraagd om, te dromen, na te denken over de vormgeving van de kerk, de Gemeente in 2025. Een uitdaging die men graag aan wilde gaan. Het resultaat mocht er zijn: een uitgewerkt plan waarin veel concrete aanbevelingen stonden.
In de afgelopen twee jaar is de taakgroep Jeugd en Jongeren met veel van deze aanbevelingen aan de slag gegaan. Zo is het idee van de kerkdienst a la carte afkomstig van de denktank. Verder zijn zaken als aandacht voor de inrichting van het (nieuwe) kerkgebouw, het leren kennen van je leden (jongerenpastoraat) en aandacht voor publiciteit via onze eigen website maar ook via Sociale media op de takenlijst van de Taakgroep Jeugd en Jongeren terecht gekomen.
Ongeveer gelijktijdig met de start van de denktank ben ik begonnen als Diaken voor het jongvolwassenenwerk. Een “pioniersfunctie” waarin het soms zoeken is naar de juiste “toon” en de juiste “maat”. Gelukkig vertegenwoordigd de denktank het overgrote deel van mijn eigen gedachtegoed. Nl, dat je geraakt wil worden, je verbonden wil voelen met anderen en dat je dingen mag en kan delen met elkaar. Aandacht voor mensen is belangrijk, in de breedste zin van het woord. De kerk heeft, meer dan ooit, de mogelijkheid om op een breed maatschappelijk gebied actief te kunnen zijn. Als Diaken voel ik mezelf deel van deze veranderingen maar, geldt dat ook voor de mensen die ons “op het spoor” hebben gezet?
Tijdens de gesprekken over de denktank hoor ik te vaak dat de deelnemers aan de denktank weinig of niets weten en horen over de veranderingen die nu gaande zijn. Men gelooft in het concept maar voelt zich er eigenlijk niet bij betrokken. Dat laatste vind ik geen beste ontwikkeling.
Ik zou mij in die zin ook rechtstreeks tot de denktankers willen richten en willen zeggen: hoe kunnen we dit anders doen? Jullie hebben ons twee jaar geleden enorm uitgedaagd, we zijn begonnen aan een bijzonder traject met het idee in het achterhoofd dat jullie daar ook deel van uitmaken. In ieder geval willen we jullie het gevoel geven dat er gewerkt wordt aan de realisatie van jullie ideeën.
Jullie inbreng stopt niet bij het aanbieden van het plan. Blijf ons uitdagen, vernieuwen en inspireren. Durf vooral kritisch te zijn op wat wij doen en ga het gesprek aan. De nieuwe kerk, waar we nu ook letterlijk aan gaan bouwen, is van ons allemaal!
Anton van Dijken, Diaken Jongvolwassenenwerk in de PWZN.
Op deze weblog deel ik mijn ervaringen, uit ik mijn gedachten en geef mijn mening over diverse onderwerpen.
Totaal aantal pageviews
zondag 25 maart 2012
vrijdag 20 januari 2012
My Name is Khan
Rizwan Khan, a Muslim from the Borivali section of Mumbai, suffers from Asperger's syndrome, a form of high-functioning autism that complicates socialization. The adult Rizwan marries a Hindu single mother, Mandira, in San Francisco. After 9/11, Rizwan is detained by authorities at LAX who mistake his disability for suspicious behavior. Following his arrest, he meets Radha, a therapist who helps him deal with his situation and his affliction. Rizwan then begins a journey to meet US President Obama to clear his name.
Rizwan Khan is een moslim uit Mumbai. Hij lijdt aan het Asperger syndroom (een pervasieve ontwikkelingsstoornis). Hij trouwt met de Hindoestaanse alleenstaande moeder Mandira, in San Francisco. Na de aanslag van 9/11 werd Rizwan opgepakt door de autoriteiten wegens verdacht gedrag. Dit kwam echter door zijn stoornis. Tijdens zijn arrestatie ontmoette hij de therapeute Radha, die hem hielp om te gaan met de situatie waarin hij verkeerde. Nu begint Rizwan een reis naar de Verenigde Staten, om President Obama te ontmoeten. Hij hoopt op deze manier zijn naam te kunnen zuiveren.
-----------------------------------------------------------------------------------
Bijzonder verhaal over een man (Rizwan Khan) die autistisch is en na de aanslagen op 11 september plots gevangen wordt genomen.
Rizvan Khan is een eerzame moslim uit India die lijdt aan het Aspergersyndroom. Hij valt onvoorwaardelijk voor de mooie Mandira, een alleenstaande moeder die haar eigen dromen najaagt. Wanneer een onvergeeflijk laffe daad ze uit elkaar drijft, gaat Khan op reis door een modern Amerika. Een reis die net zo complex blijkt als het menselijke hart. Tijdens zijn zoektocht naar de liefde wordt Rizvan een ware belichaming van verzet, vrede en mededogen. Hij brengt daarnaast een ontnuchterende realiteit in het leven van een ieder die zijn pad kruist.
Rizwan Khan is een moslim uit Mumbai. Hij lijdt aan het Asperger syndroom (een pervasieve ontwikkelingsstoornis). Hij trouwt met de Hindoestaanse alleenstaande moeder Mandira, in San Francisco. Na de aanslag van 9/11 werd Rizwan opgepakt door de autoriteiten wegens verdacht gedrag. Dit kwam echter door zijn stoornis. Tijdens zijn arrestatie ontmoette hij de therapeute Radha, die hem hielp om te gaan met de situatie waarin hij verkeerde. Nu begint Rizwan een reis naar de Verenigde Staten, om President Obama te ontmoeten. Hij hoopt op deze manier zijn naam te kunnen zuiveren.
-----------------------------------------------------------------------------------
Bijzonder verhaal over een man (Rizwan Khan) die autistisch is en na de aanslagen op 11 september plots gevangen wordt genomen.
Rizvan Khan is een eerzame moslim uit India die lijdt aan het Aspergersyndroom. Hij valt onvoorwaardelijk voor de mooie Mandira, een alleenstaande moeder die haar eigen dromen najaagt. Wanneer een onvergeeflijk laffe daad ze uit elkaar drijft, gaat Khan op reis door een modern Amerika. Een reis die net zo complex blijkt als het menselijke hart. Tijdens zijn zoektocht naar de liefde wordt Rizvan een ware belichaming van verzet, vrede en mededogen. Hij brengt daarnaast een ontnuchterende realiteit in het leven van een ieder die zijn pad kruist.
woensdag 7 september 2011
Waar liefde mensen samen brengt
Waar liefde mensen samen brengt,
worden stenen een paleis,
de kille straat een lentetuin,
de hel een paradijs.
Een land van licht en zonneschijn,
een haard waar men zich warmt:
een overvolle beker wijn,
een mens die je omarmt.
De deur roept je een welkom toe,
een stoel staat voor je klaar;
de tafel is gastvrij gedekt,
een heerlijk avondmaal.
Een land van licht en zonneschijn,
een haard waar men zich warmt:
een overvolle beker wijn,
een mens die je omarmt.
worden stenen een paleis,
de kille straat een lentetuin,
de hel een paradijs.
Een land van licht en zonneschijn,
een haard waar men zich warmt:
een overvolle beker wijn,
een mens die je omarmt.
De deur roept je een welkom toe,
een stoel staat voor je klaar;
de tafel is gastvrij gedekt,
een heerlijk avondmaal.
Een land van licht en zonneschijn,
een haard waar men zich warmt:
een overvolle beker wijn,
een mens die je omarmt.
zaterdag 12 maart 2011
All The Answers......
All The Answers......
Het is moeilijk voor te stellen dat het vandaag alweer vier maanden geleden is dat ik in het ziekenhuis werd opgenomen. Een lang traject zou volgen waarin ik eerst lang heb moeten wachten en uiteindelijk geopereerd ben. Inmiddels is de operatie alweer ruim zes weken geleden. Sinds vorige week ben ik langzaam begonnen met een aantal uren werken. Ondertussen is mijn lichaam nog altijd bezig om zich te herstellen; dagelijks werk ik aan mijn conditie en voel gelukkig dat het iedere dag beter wordt. Aan de andere kant: het blijkt toch nog steeds ontzettend moeilijk om “de juiste dosering lichamelijke of geestelijke belasting” te bepalen. Ik merk dat ik sommige dingen graag weer zou willen gaan doen maar voel tegelijkertijd dat ik het nog niet aan kan. Tegen jezelf zeggen: “Ik ga het rustig aan doen” is nog altijd vele malen makkelijker dan het ook daadwerkelijk uitvoeren.
Als ik terug kijk op de afgelopen maanden vraag ik me soms af wat nu de belangrijkste les of lessen zijn die ik heb geleerd van deze periode. Ik weet en voel dat ik nooit meer “de oude” zal zijn alleen weet ik nog niet wie ik dan wel zal worden. Tijdens mijn ziekteperiode heb ik meer dan ooit geprobeerd om terug te kijken naar alles wat ik deed en ondernam in mijn leven. Sterker nog, ik kon eigenlijk niet anders. Nog altijd voel ik dat deze moeilijke periode mij “moest” overkomen. Dit proces van verandering. Een proces dat door alle facetten van mijn leven heen trekt. Als je vandaag aan mij zou vragen: “Anton, is er iets in jouw leven dat niet anders is geworden?” dan zou ik het niet weten. Natuurlijk, is niet letterlijk alles veranderd maar mijn perspectief, mijn kijk op het leven is anders. Zonder dat ik nu al precies weet wat het inhoudt…….
Wat moet ik veranderen aan mijn leven, lijkt de belangrijkste vraag. Of is het iets wat ik maar moet laten gebeuren? Als ik nadenk over deze vragen dan realiseer ik me wel iets belangrijks. Er is een bekend spreuk die zegt: “Yesterday is History, Tomorrow is a Mystery but Today is a Gift”. Prachtig, zo’n spreuk maar wie is er in staat om altijd op die manier te leven? Bovendien, wat brengt het je eigenlijk als je zo leeft? Vanochtend werd ik “getriggerd” door een uitspraak van actrice Carice van Houten. Zij heeft besloten om een z.g.n. “sabbatical” te nemen en voorlopig geen nieuwe films te maken. Ze zei in een interview (vrije interpretatie): “Liever een goede persoonlijke ontwikkeling dan een "top-career". Maw: het is uiteindelijk veel belangrijker hoe het met jou gaat dan met je carrière. Dat vind ik een bijzondere en belangrijke gedachte.
In mijn werk ben ik gewend om altijd een stap vooruit te denken; ik heb oog voor allerlei details die sommige vraagstukken soms ingewikkelder kunnen maken maar daardoor wel interessanter en meer uitdagend. Ik kan daarmee zelfs het gedachte-patroon van anderen beïnvloeden en wordt ook gewaardeerd door velen om deze eigenschap. De vraag is alleen: “is dat ook altijd wel goed voor mij?” Vergeet ik daardoor vaak niet wat goed voor mij is? Immers, ik “leun” op opgedane kennis en ervaring uit mijn verleden en ben tegelijkertijd druk bezig om de toekomst vorm te geven. Waar blijft dan het heden?
Enfin, de geïnteresseerde lezer zal begrijpen dat ik hier slechts mijn eigen gedachten deel en niet verwacht dat er pasklare antwoorden op deze vragen zijn. Simpelweg, omdat ze er ook niet zijn. Het is slechts onderdeel van een proces dat ongetwijfeld de komende tijd een vervolg zal krijgen…….
Ilse DeLange - All The Answers
Het is moeilijk voor te stellen dat het vandaag alweer vier maanden geleden is dat ik in het ziekenhuis werd opgenomen. Een lang traject zou volgen waarin ik eerst lang heb moeten wachten en uiteindelijk geopereerd ben. Inmiddels is de operatie alweer ruim zes weken geleden. Sinds vorige week ben ik langzaam begonnen met een aantal uren werken. Ondertussen is mijn lichaam nog altijd bezig om zich te herstellen; dagelijks werk ik aan mijn conditie en voel gelukkig dat het iedere dag beter wordt. Aan de andere kant: het blijkt toch nog steeds ontzettend moeilijk om “de juiste dosering lichamelijke of geestelijke belasting” te bepalen. Ik merk dat ik sommige dingen graag weer zou willen gaan doen maar voel tegelijkertijd dat ik het nog niet aan kan. Tegen jezelf zeggen: “Ik ga het rustig aan doen” is nog altijd vele malen makkelijker dan het ook daadwerkelijk uitvoeren.
Als ik terug kijk op de afgelopen maanden vraag ik me soms af wat nu de belangrijkste les of lessen zijn die ik heb geleerd van deze periode. Ik weet en voel dat ik nooit meer “de oude” zal zijn alleen weet ik nog niet wie ik dan wel zal worden. Tijdens mijn ziekteperiode heb ik meer dan ooit geprobeerd om terug te kijken naar alles wat ik deed en ondernam in mijn leven. Sterker nog, ik kon eigenlijk niet anders. Nog altijd voel ik dat deze moeilijke periode mij “moest” overkomen. Dit proces van verandering. Een proces dat door alle facetten van mijn leven heen trekt. Als je vandaag aan mij zou vragen: “Anton, is er iets in jouw leven dat niet anders is geworden?” dan zou ik het niet weten. Natuurlijk, is niet letterlijk alles veranderd maar mijn perspectief, mijn kijk op het leven is anders. Zonder dat ik nu al precies weet wat het inhoudt…….
Wat moet ik veranderen aan mijn leven, lijkt de belangrijkste vraag. Of is het iets wat ik maar moet laten gebeuren? Als ik nadenk over deze vragen dan realiseer ik me wel iets belangrijks. Er is een bekend spreuk die zegt: “Yesterday is History, Tomorrow is a Mystery but Today is a Gift”. Prachtig, zo’n spreuk maar wie is er in staat om altijd op die manier te leven? Bovendien, wat brengt het je eigenlijk als je zo leeft? Vanochtend werd ik “getriggerd” door een uitspraak van actrice Carice van Houten. Zij heeft besloten om een z.g.n. “sabbatical” te nemen en voorlopig geen nieuwe films te maken. Ze zei in een interview (vrije interpretatie): “Liever een goede persoonlijke ontwikkeling dan een "top-career". Maw: het is uiteindelijk veel belangrijker hoe het met jou gaat dan met je carrière. Dat vind ik een bijzondere en belangrijke gedachte.
In mijn werk ben ik gewend om altijd een stap vooruit te denken; ik heb oog voor allerlei details die sommige vraagstukken soms ingewikkelder kunnen maken maar daardoor wel interessanter en meer uitdagend. Ik kan daarmee zelfs het gedachte-patroon van anderen beïnvloeden en wordt ook gewaardeerd door velen om deze eigenschap. De vraag is alleen: “is dat ook altijd wel goed voor mij?” Vergeet ik daardoor vaak niet wat goed voor mij is? Immers, ik “leun” op opgedane kennis en ervaring uit mijn verleden en ben tegelijkertijd druk bezig om de toekomst vorm te geven. Waar blijft dan het heden?
Enfin, de geïnteresseerde lezer zal begrijpen dat ik hier slechts mijn eigen gedachten deel en niet verwacht dat er pasklare antwoorden op deze vragen zijn. Simpelweg, omdat ze er ook niet zijn. Het is slechts onderdeel van een proces dat ongetwijfeld de komende tijd een vervolg zal krijgen…….
Ilse DeLange - All The Answers
woensdag 2 maart 2011
Jesus in Their Eyes - Ruth Trimble

Jesus in Their Eyes - Ruth Trimble
Behind the song.....
Nothing could have prepared me for Gulu. No number of news reports or glass eyed photographs, or testimonies of those who had been before. Nor can I make others understand what I felt using words. Words can’t describe the smell, the hopelessness, the spiritual oppression, or the sickness you feel listening to the stories of the people.
Worse than that is the shame and guilt I felt from being there. Why did they get this life? Why not me? What have I done to deserve my upbringing? What do they think of me? Coming here to rub it in that I got it better, and then walking away, leaving them with a memory of a life they’ll never have. We were told to just show them love.
I didn’t like it, I felt like a con, the more I stood amongst them, the more guilty I felt. I didn’t think I could feel any worse, until I remembered something we’d been discussing as a team a couple of nights earlier. Matt. 25:40 'I tell you the truth, whatever you did for one of the least of these brothers of mine, you did for me.' Those were the words of Jesus, and there was no getting away from it - the people all around me were the ‘least of these’ that He was talking about. So now, not only did I feel helpless to do anything for them, but for Jesus - and I could see Him in their eyes.
The next day’s journey to the same camp was as low as I’ve ever felt. There was no adventure of going into the unknown, I knew exactly what I was heading for and I hated it. I wanted to help so much, but I was powerless to make any lasting difference on my own. My thoughts from the day before were on my mind again. I wanted to love Jesus, I didn’t know how to and it broke my heart. I couldn’t stop crying, and was trying to avoid the others seeing it. I pleaded with God to help me deal with my emotions…. and that’s when the words started to flow. Lyrics have never come easily to me, but I was struggling to get one line written down before the next was in my head. I was feeling better already. No less guilt, but hope that I might be able to help others see what I saw, and feel what I was feeling… enough to make them want to help. Reassured that God had a reason for leading me there.
I don’t particularly want to go back to Gulu... but I know I can’t turn my back on them. I‘ll take what they gave me, to give something back to them. I’ll use this song to try and share something of what they taught me. I want to help others see Jesus in their eyes.
Ruth Trimble
vrijdag 25 februari 2011
A Living Prayer - Alison Krauss
In this world I walk alone
With no place to call my home,
But there's one who holds my hand
Through rugged roads, through barren lands.
The way is dark, the road is steep,
But He's become my eyes to see,
The strength to climb, my griefs to bear.
The Savior lives inside me there.
Chorus:
In Your love I find relief,
A haven from my unbelief.
Take my life and let me be
A living prayer, my God, to Thee.
In these trials of life I find
Another voice inside my mind.
He comforts me and bids me live
Inside the love the Father gives.
In Your love I find relief,
A haven from my unbelief.
Take my life and let me be
A living prayer, my God, to Thee.
Take my life and let me be
A living prayer, my God, to Thee.
With no place to call my home,
But there's one who holds my hand
Through rugged roads, through barren lands.
The way is dark, the road is steep,
But He's become my eyes to see,
The strength to climb, my griefs to bear.
The Savior lives inside me there.
Chorus:
In Your love I find relief,
A haven from my unbelief.
Take my life and let me be
A living prayer, my God, to Thee.
In these trials of life I find
Another voice inside my mind.
He comforts me and bids me live
Inside the love the Father gives.
In Your love I find relief,
A haven from my unbelief.
Take my life and let me be
A living prayer, my God, to Thee.
Take my life and let me be
A living prayer, my God, to Thee.
zaterdag 5 februari 2011
Terug in het ziekenhuis.......
Op 25 januari 2011 arriveer ik om 11:00 in het Lange Land-ziekenhuis in Zoetermeer. In de loop van de dag zal ik worden geopereerd aan mijn galblaas. Anders gezegd: mijn galblaas wordt verwijderd. Mijn operatie staat gepland om 13:40. Voor het gevoel is dat erg laat en ik zie op tegen het wachten….. Sinds de vorige avond heb ik niets meer gegeten en om 8:30 heb ik nog één glas thee gedronken. Als ik mijn spullen heb opgeborgen blijven mijn moeder en broer tot 11:55 bij mij. Daarna ben ik alleen en ga op mijn ziekenhuisbed liggen. Veel tijd alleen heb ik niet…. Om 12:15 komt de verpleegster vertellen dat ik al naar de operatiekamer kan. Men loopt voor op schema en ik hoef dus niet meer te wachten.
Helaas ben ik, laten we zeggen, nogal “kippig” en ik mag, logischerwijs, geen bril op of lenzen in tijdens de operatie. Ondanks het feit dat ik gelukkig nog wel iets kan zien is het niet zo dat ik kan onderscheiden wie er aan mijn bed staat of wat er om mij heen gebeurt; alles is wazig. Ik moet het dus hebben van mijn gehoor en gevoel. Het “ritje” naar de uitslaap-kamer/operatiekamer is voor het gevoel behoorlijk lang. Twee verpleegsters die met mij “aan de haal” gaan door de gangen van het ziekenhuis. Onderweg keuvelen ze wat tegen je en langzaam maar zeker zie ik, door de wazigheid heen, de omgeving steeds “sterieler” worden. Eenmaal op de uitslaap-kamer moet ik vanuit mijn bed meteen de operatietafel op. Ik krijg een bloeddruk/hartslagmeter om en tijdens het plaatsen van het infuus hoor ik de stem van de chirurg die nog even komt vragen hoe het met mij gaat. Ondertussen wordt er een keer of drie gecheckt of het wel echt zo is dat Anton van Dijken op de tafel ligt en niet toevallig iemand anders…… je moet er niet aan denken dat ze je per ongeluk verwisselen met iemand die een heel ander orgaan moet laten verwijderen…… Eigenlijk stellen deze “double-checks” mij wel gerust…
Ondanks het feit dat het een uitslaap-kamer genoemd wordt, lijkt het wel een Centraal Station. Het is een komen en gaan van allerlei mensen, bedden en apparatuur. Op de achtergrond hoor ik een bekende stem…. Het is de stem van de K.N.O.-arts waar ik weleens ben geweest. Ze praat tegen de patiënt die zij gaat opereren. Tot in (letterlijk ieder) detail legt zij aan hem uit wat er precies gaat gebeuren. Als ik eventueel nog trek in eten had gehad, dan was dat bij deze verdwenen…… Ik ben wel blij dat mijn arts het hield bij: “wij gaan zo uw galblaas verwijderen”.
Dan word ik naar de operatiekamer gereden. Opnieuw wordt er wat tegen mij gekeuveld over “niets” maar dat is ongetwijfeld een vorm van gerust stellen die erbij hoort. Ik voel me wel ontspannen. Inmiddels weet ik dat ik op een punt ben gekomen waarbij het ook geen zin meer heeft om tegen te spartelen. Ik laat alles over mij heen komen. Ik wordt de operatiekamer binnen gereden en sta onder de “grote lamp”. Nog één keer wordt gecheckt of ik nog steeds Anton van Dijken ben en dan legt de Anesthesist uit dat hij mij de narcose gaat geven, er de hele operatie bij zal blijven en ervoor zal zorgen dat ik in slaap blijf. Daarop zeg ik nog: “vooral dat laatste lijkt me tijdens de operatie wel erg prettig”. Daarna krijg ik een zuurstofmasker op en de narcose wordt gestart. De Anesthesist vraagt: “hebt u een mooie gedachte”? Die heb ik. Mijn ogen vallen dicht en ik ben in slaap…..
Langzaam maar zeker hoor ik een langzaam aanzwellend gepraat en ik besef dat ik wakker wordt. Ik weet het ene moment nog dat ik iets heb gedroomd en het volgende moment is het weg. Ik open mijn ogen en besef dat ik weer op de uitslaap-kamer lig en zie weer de “wazige” taferelen die ik voor de operatie ook zag. De operatie is al een paar uur achter de rug en ik voel vrij veel pijn. Kort daarna komt een verpleegster naar mij toe en vraagt of ik wat extra morfine wil voor de pijn. Dat lijkt mij wel prettig. Voor mijn gevoel lig ik niet erg lang op de uitslaap-kamer als de verpleegsters mij weer naar boven komen halen. Zo goed als ik mij de “heenweg” kan herinneren, zo vaag is de weg terug. Het is tegen 16:00 als ik weer terug ben op de verpleegafdeling. Vlak daarna komt de chirurg mij vertellen dat er tijdens de operatie z.g.n. rest-ontstekingen zijn gevonden en dat ik opnieuw een antibioticakuur moet krijgen. Ik zeg tegen haar: “het is wel fijn dat ondanks dat alleen een kijkoperatie nodig was maar morgen naar huis zit er zeker niet in…?” “Nee”, zegt ze: “dat zit er waarschijnlijk niet in..”.
Nu had ik van tevoren wel rekening gehouden met het feit dat ik langer dan één nacht in het ziekenhuis zou zijn. Omdat ik toch al een ernstige ontsteking had gehad en niet direct in blakende gezondheid werd geopereerd was het niet ondenkbaar dat ik wat meer tijd zou moeten hebben om te herstellen van de ingreep. Sterker nog, de kans op een zwaardere ingreep was ook groter.
De uren die volgen beleef ik eigenlijk half. Mijn moeder en broer zijn gelukkig een tijd bij mij geweest en meer weet ik eigenlijk niet. Pas halverwege de avond kom ik wat meer “tot leven” en ga ik wat meer beseffen wat er gebeurd is. Ik voel dan al een lichte pijn in mijn rug, nek en schouders. Rond 20:00 krijg ik wat vla te eten; dit komt er helaas vrij snel weer uit. De misselijkheid van de narcose speelt mij blijkbaar parten. In de loop van de avond en nacht neemt de pijn in vooral mijn schouders verder toe. Het wordt zelfs zo erg dat ik mijn rechterarm amper meer kan bewegen. Pijnstillers helpen eigenlijk niet en op een zeker moment denk ik even: “waar ben ik in hemelsnaam aan begonnen met deze operatie?” Rond drie uur komt een dokter van de eerste hulp kijken hoe het met mij is. Ik had daarvoor al herhaaldelijk bij de verpleging aangegeven dat ik erg veel pijn had. De dokter constateert dat deze pijn te maken heeft met de operatie zelf. N.l. bij een kijkoperatie wordt lucht in het lichaam geblazen zodat men beter zicht heeft in het lichaam tijdens de operatie. Deze lucht veroorzaakt de pijn die ik nu voel. Het is pijn van voorbijgaande aard, verzekerd zij mij. Erg veel slapen doe ik niet maar rond 6:00 voel ik dat mijn lichaam zo stijf is geworden dat ik praktisch niet meer kan bewegen. Wanneer de verpleegster komt voor haar ronde vraag ik haar of ik er even uit mag want ik voel aan mijn lichaam dat ik moet gaan bewegen tegen de stijfheid. Nog behoorlijk wankel op de benen en licht in het hoofd, loop ik met haar naar het toilet. Ik krijg gelijk; ik voel dat bewegen goed is voor de pijn. Vanaf dat moment ga ik regelmatig mijn bed uit en probeer in beweging te blijven.
Wanneer ik in de loop van de volgende ochtend bezoek krijg van de zaalarts (ik heb dan inmiddels ook alweer twee boterhammen gegeten) bevestigd hij de diagnose van zijn collega: “pijn die wordt veroorzaakt door de operatie en verdwijnt na verloop van tijd; beweging is prima”. Verder maakt hij duidelijk dat ik in elk geval een aantal dagen in het ziekenhuis moet blijven voor de antibioticakuur. Nu had ik natuurlijk al de nodige ervaring met “infuus-gebruik” dus dat ging deze keer al wat soepeler dan tijdens de “eerste ronde”. Op dezelfde ochtend zie ik ook voor het eerst de drie sneden die zijn gemaakt voor de kijkoperatie. Eentje boven, eentje aan de zijkant en eentje in de navel. Door één van deze gaatjes is de galblaas, als het ware, uitgezogen. Alles ziet er behoorlijk bont en blauw uit en ik voel ook wel de nodige pijn. Het herstel zal nog wel even gaan duren.
Inmiddels ben ik weer thuis en kijk terug op, toch weer, een bewogen tijd in het ziekenhuis. Los van alle pijn, medicatie en gesprekken met doktoren is zo’n ziekenhuis een plek waar van alles gebeurt en waar je heel erg veel indrukken te verwerken krijgt. Vaak zijn het zaken die je in het “normale leven” niet meemaakt tenzij het je dagelijkse werk is. Mede-patiënten zijn soms geestelijk niet meer goed bij de tijd en kunnen de nodige onrust veroorzaken, om het voorzichtig te zeggen. Het zijn verhalen, die je thuis, uitgebreid verteld. Later besefte ik overigens dat die verhalen daar ook moeten blijven; ook deze mensen hebben hun waardigheid en dat hoort zo te blijven. Ik zal daar dan ook niet over in detail treden maar ik denk dat juist deze kwetsbare mensen ons wel iets te vertellen hebben. Mij in ieder geval wel, ze doen mij beseffen dat ik ondanks dit lange en soms moeizame en frustrerende ziekteproces veel heb om dankbaar voor te zijn, zoals: een liefhebbende moeder en broer, in staat zijn om zelf te kiezen voor een operatie om maar meteen twee van de belangrijkste zaken te noemen.
Voordat ik het ziekenhuis in ging heb ik soms best even “in de rats” gezeten. Wat komt er allemaal op mij af? Gaat de operatie wel goed? Heb ik wel de juiste beslissing genomen? Had ik niet gewoon een tijdje moeten afwachten om te zien of het nog wel nodig was? Vragen waar geen hond een antwoord op kan geven; dat hoeft ook niet maar, het deed mij meer en meer beseffen hoe kwetsbaar je als mens kunt zijn: het ene moment ben je actief op allerlei vlakken van het leven en het volgende moment staat eigenlijk alles stil…. Althans, zo voelt het voor mij…… Dit alles speelde door mijn hoofd toen een dierbare vriend, vlak voor mijn operatie, het volgende tegen mij zei:
Ik vind het ‘mooi’ zoals je alles onder ogen ziet. Je ondergaat alles heel bewust. Zo’n ziekteproces brengt heel wat teweeg, het is een spiritueel proces, ‘a life changing experience’ zoals het in het Engels heet. In zo’n proces sta je immers geparkeerd aan de snelweg van het leven. Je wordt er allerminst minder, maar je kunt er juist rijker van worden: dàt is merkbaar bij jou.
Het mooie is dat hij in deze paar zinnen precies omschreef wat ik voelde. Het heeft mij enorm geholpen vóór, tijdens en ook nu, na de operatie. Wanneer je even “alles parkeert” word je niet perse “armer”. Het geeft je juist allerlei mogelijkheden om “rijker” te worden.
Helaas ben ik, laten we zeggen, nogal “kippig” en ik mag, logischerwijs, geen bril op of lenzen in tijdens de operatie. Ondanks het feit dat ik gelukkig nog wel iets kan zien is het niet zo dat ik kan onderscheiden wie er aan mijn bed staat of wat er om mij heen gebeurt; alles is wazig. Ik moet het dus hebben van mijn gehoor en gevoel. Het “ritje” naar de uitslaap-kamer/operatiekamer is voor het gevoel behoorlijk lang. Twee verpleegsters die met mij “aan de haal” gaan door de gangen van het ziekenhuis. Onderweg keuvelen ze wat tegen je en langzaam maar zeker zie ik, door de wazigheid heen, de omgeving steeds “sterieler” worden. Eenmaal op de uitslaap-kamer moet ik vanuit mijn bed meteen de operatietafel op. Ik krijg een bloeddruk/hartslagmeter om en tijdens het plaatsen van het infuus hoor ik de stem van de chirurg die nog even komt vragen hoe het met mij gaat. Ondertussen wordt er een keer of drie gecheckt of het wel echt zo is dat Anton van Dijken op de tafel ligt en niet toevallig iemand anders…… je moet er niet aan denken dat ze je per ongeluk verwisselen met iemand die een heel ander orgaan moet laten verwijderen…… Eigenlijk stellen deze “double-checks” mij wel gerust…
Ondanks het feit dat het een uitslaap-kamer genoemd wordt, lijkt het wel een Centraal Station. Het is een komen en gaan van allerlei mensen, bedden en apparatuur. Op de achtergrond hoor ik een bekende stem…. Het is de stem van de K.N.O.-arts waar ik weleens ben geweest. Ze praat tegen de patiënt die zij gaat opereren. Tot in (letterlijk ieder) detail legt zij aan hem uit wat er precies gaat gebeuren. Als ik eventueel nog trek in eten had gehad, dan was dat bij deze verdwenen…… Ik ben wel blij dat mijn arts het hield bij: “wij gaan zo uw galblaas verwijderen”.
Dan word ik naar de operatiekamer gereden. Opnieuw wordt er wat tegen mij gekeuveld over “niets” maar dat is ongetwijfeld een vorm van gerust stellen die erbij hoort. Ik voel me wel ontspannen. Inmiddels weet ik dat ik op een punt ben gekomen waarbij het ook geen zin meer heeft om tegen te spartelen. Ik laat alles over mij heen komen. Ik wordt de operatiekamer binnen gereden en sta onder de “grote lamp”. Nog één keer wordt gecheckt of ik nog steeds Anton van Dijken ben en dan legt de Anesthesist uit dat hij mij de narcose gaat geven, er de hele operatie bij zal blijven en ervoor zal zorgen dat ik in slaap blijf. Daarop zeg ik nog: “vooral dat laatste lijkt me tijdens de operatie wel erg prettig”. Daarna krijg ik een zuurstofmasker op en de narcose wordt gestart. De Anesthesist vraagt: “hebt u een mooie gedachte”? Die heb ik. Mijn ogen vallen dicht en ik ben in slaap…..
Langzaam maar zeker hoor ik een langzaam aanzwellend gepraat en ik besef dat ik wakker wordt. Ik weet het ene moment nog dat ik iets heb gedroomd en het volgende moment is het weg. Ik open mijn ogen en besef dat ik weer op de uitslaap-kamer lig en zie weer de “wazige” taferelen die ik voor de operatie ook zag. De operatie is al een paar uur achter de rug en ik voel vrij veel pijn. Kort daarna komt een verpleegster naar mij toe en vraagt of ik wat extra morfine wil voor de pijn. Dat lijkt mij wel prettig. Voor mijn gevoel lig ik niet erg lang op de uitslaap-kamer als de verpleegsters mij weer naar boven komen halen. Zo goed als ik mij de “heenweg” kan herinneren, zo vaag is de weg terug. Het is tegen 16:00 als ik weer terug ben op de verpleegafdeling. Vlak daarna komt de chirurg mij vertellen dat er tijdens de operatie z.g.n. rest-ontstekingen zijn gevonden en dat ik opnieuw een antibioticakuur moet krijgen. Ik zeg tegen haar: “het is wel fijn dat ondanks dat alleen een kijkoperatie nodig was maar morgen naar huis zit er zeker niet in…?” “Nee”, zegt ze: “dat zit er waarschijnlijk niet in..”.
Nu had ik van tevoren wel rekening gehouden met het feit dat ik langer dan één nacht in het ziekenhuis zou zijn. Omdat ik toch al een ernstige ontsteking had gehad en niet direct in blakende gezondheid werd geopereerd was het niet ondenkbaar dat ik wat meer tijd zou moeten hebben om te herstellen van de ingreep. Sterker nog, de kans op een zwaardere ingreep was ook groter.
De uren die volgen beleef ik eigenlijk half. Mijn moeder en broer zijn gelukkig een tijd bij mij geweest en meer weet ik eigenlijk niet. Pas halverwege de avond kom ik wat meer “tot leven” en ga ik wat meer beseffen wat er gebeurd is. Ik voel dan al een lichte pijn in mijn rug, nek en schouders. Rond 20:00 krijg ik wat vla te eten; dit komt er helaas vrij snel weer uit. De misselijkheid van de narcose speelt mij blijkbaar parten. In de loop van de avond en nacht neemt de pijn in vooral mijn schouders verder toe. Het wordt zelfs zo erg dat ik mijn rechterarm amper meer kan bewegen. Pijnstillers helpen eigenlijk niet en op een zeker moment denk ik even: “waar ben ik in hemelsnaam aan begonnen met deze operatie?” Rond drie uur komt een dokter van de eerste hulp kijken hoe het met mij is. Ik had daarvoor al herhaaldelijk bij de verpleging aangegeven dat ik erg veel pijn had. De dokter constateert dat deze pijn te maken heeft met de operatie zelf. N.l. bij een kijkoperatie wordt lucht in het lichaam geblazen zodat men beter zicht heeft in het lichaam tijdens de operatie. Deze lucht veroorzaakt de pijn die ik nu voel. Het is pijn van voorbijgaande aard, verzekerd zij mij. Erg veel slapen doe ik niet maar rond 6:00 voel ik dat mijn lichaam zo stijf is geworden dat ik praktisch niet meer kan bewegen. Wanneer de verpleegster komt voor haar ronde vraag ik haar of ik er even uit mag want ik voel aan mijn lichaam dat ik moet gaan bewegen tegen de stijfheid. Nog behoorlijk wankel op de benen en licht in het hoofd, loop ik met haar naar het toilet. Ik krijg gelijk; ik voel dat bewegen goed is voor de pijn. Vanaf dat moment ga ik regelmatig mijn bed uit en probeer in beweging te blijven.
Wanneer ik in de loop van de volgende ochtend bezoek krijg van de zaalarts (ik heb dan inmiddels ook alweer twee boterhammen gegeten) bevestigd hij de diagnose van zijn collega: “pijn die wordt veroorzaakt door de operatie en verdwijnt na verloop van tijd; beweging is prima”. Verder maakt hij duidelijk dat ik in elk geval een aantal dagen in het ziekenhuis moet blijven voor de antibioticakuur. Nu had ik natuurlijk al de nodige ervaring met “infuus-gebruik” dus dat ging deze keer al wat soepeler dan tijdens de “eerste ronde”. Op dezelfde ochtend zie ik ook voor het eerst de drie sneden die zijn gemaakt voor de kijkoperatie. Eentje boven, eentje aan de zijkant en eentje in de navel. Door één van deze gaatjes is de galblaas, als het ware, uitgezogen. Alles ziet er behoorlijk bont en blauw uit en ik voel ook wel de nodige pijn. Het herstel zal nog wel even gaan duren.
Inmiddels ben ik weer thuis en kijk terug op, toch weer, een bewogen tijd in het ziekenhuis. Los van alle pijn, medicatie en gesprekken met doktoren is zo’n ziekenhuis een plek waar van alles gebeurt en waar je heel erg veel indrukken te verwerken krijgt. Vaak zijn het zaken die je in het “normale leven” niet meemaakt tenzij het je dagelijkse werk is. Mede-patiënten zijn soms geestelijk niet meer goed bij de tijd en kunnen de nodige onrust veroorzaken, om het voorzichtig te zeggen. Het zijn verhalen, die je thuis, uitgebreid verteld. Later besefte ik overigens dat die verhalen daar ook moeten blijven; ook deze mensen hebben hun waardigheid en dat hoort zo te blijven. Ik zal daar dan ook niet over in detail treden maar ik denk dat juist deze kwetsbare mensen ons wel iets te vertellen hebben. Mij in ieder geval wel, ze doen mij beseffen dat ik ondanks dit lange en soms moeizame en frustrerende ziekteproces veel heb om dankbaar voor te zijn, zoals: een liefhebbende moeder en broer, in staat zijn om zelf te kiezen voor een operatie om maar meteen twee van de belangrijkste zaken te noemen.
Voordat ik het ziekenhuis in ging heb ik soms best even “in de rats” gezeten. Wat komt er allemaal op mij af? Gaat de operatie wel goed? Heb ik wel de juiste beslissing genomen? Had ik niet gewoon een tijdje moeten afwachten om te zien of het nog wel nodig was? Vragen waar geen hond een antwoord op kan geven; dat hoeft ook niet maar, het deed mij meer en meer beseffen hoe kwetsbaar je als mens kunt zijn: het ene moment ben je actief op allerlei vlakken van het leven en het volgende moment staat eigenlijk alles stil…. Althans, zo voelt het voor mij…… Dit alles speelde door mijn hoofd toen een dierbare vriend, vlak voor mijn operatie, het volgende tegen mij zei:
Ik vind het ‘mooi’ zoals je alles onder ogen ziet. Je ondergaat alles heel bewust. Zo’n ziekteproces brengt heel wat teweeg, het is een spiritueel proces, ‘a life changing experience’ zoals het in het Engels heet. In zo’n proces sta je immers geparkeerd aan de snelweg van het leven. Je wordt er allerminst minder, maar je kunt er juist rijker van worden: dàt is merkbaar bij jou.
Het mooie is dat hij in deze paar zinnen precies omschreef wat ik voelde. Het heeft mij enorm geholpen vóór, tijdens en ook nu, na de operatie. Wanneer je even “alles parkeert” word je niet perse “armer”. Het geeft je juist allerlei mogelijkheden om “rijker” te worden.
Abonneren op:
Posts (Atom)