In this world I walk alone
With no place to call my home,
But there's one who holds my hand
Through rugged roads, through barren lands.
The way is dark, the road is steep,
But He's become my eyes to see,
The strength to climb, my griefs to bear.
The Savior lives inside me there.
Chorus:
In Your love I find relief,
A haven from my unbelief.
Take my life and let me be
A living prayer, my God, to Thee.
In these trials of life I find
Another voice inside my mind.
He comforts me and bids me live
Inside the love the Father gives.
In Your love I find relief,
A haven from my unbelief.
Take my life and let me be
A living prayer, my God, to Thee.
Take my life and let me be
A living prayer, my God, to Thee.
Op deze weblog deel ik mijn ervaringen, uit ik mijn gedachten en geef mijn mening over diverse onderwerpen.
Totaal aantal pageviews
vrijdag 25 februari 2011
zaterdag 5 februari 2011
Terug in het ziekenhuis.......
Op 25 januari 2011 arriveer ik om 11:00 in het Lange Land-ziekenhuis in Zoetermeer. In de loop van de dag zal ik worden geopereerd aan mijn galblaas. Anders gezegd: mijn galblaas wordt verwijderd. Mijn operatie staat gepland om 13:40. Voor het gevoel is dat erg laat en ik zie op tegen het wachten….. Sinds de vorige avond heb ik niets meer gegeten en om 8:30 heb ik nog één glas thee gedronken. Als ik mijn spullen heb opgeborgen blijven mijn moeder en broer tot 11:55 bij mij. Daarna ben ik alleen en ga op mijn ziekenhuisbed liggen. Veel tijd alleen heb ik niet…. Om 12:15 komt de verpleegster vertellen dat ik al naar de operatiekamer kan. Men loopt voor op schema en ik hoef dus niet meer te wachten.
Helaas ben ik, laten we zeggen, nogal “kippig” en ik mag, logischerwijs, geen bril op of lenzen in tijdens de operatie. Ondanks het feit dat ik gelukkig nog wel iets kan zien is het niet zo dat ik kan onderscheiden wie er aan mijn bed staat of wat er om mij heen gebeurt; alles is wazig. Ik moet het dus hebben van mijn gehoor en gevoel. Het “ritje” naar de uitslaap-kamer/operatiekamer is voor het gevoel behoorlijk lang. Twee verpleegsters die met mij “aan de haal” gaan door de gangen van het ziekenhuis. Onderweg keuvelen ze wat tegen je en langzaam maar zeker zie ik, door de wazigheid heen, de omgeving steeds “sterieler” worden. Eenmaal op de uitslaap-kamer moet ik vanuit mijn bed meteen de operatietafel op. Ik krijg een bloeddruk/hartslagmeter om en tijdens het plaatsen van het infuus hoor ik de stem van de chirurg die nog even komt vragen hoe het met mij gaat. Ondertussen wordt er een keer of drie gecheckt of het wel echt zo is dat Anton van Dijken op de tafel ligt en niet toevallig iemand anders…… je moet er niet aan denken dat ze je per ongeluk verwisselen met iemand die een heel ander orgaan moet laten verwijderen…… Eigenlijk stellen deze “double-checks” mij wel gerust…
Ondanks het feit dat het een uitslaap-kamer genoemd wordt, lijkt het wel een Centraal Station. Het is een komen en gaan van allerlei mensen, bedden en apparatuur. Op de achtergrond hoor ik een bekende stem…. Het is de stem van de K.N.O.-arts waar ik weleens ben geweest. Ze praat tegen de patiënt die zij gaat opereren. Tot in (letterlijk ieder) detail legt zij aan hem uit wat er precies gaat gebeuren. Als ik eventueel nog trek in eten had gehad, dan was dat bij deze verdwenen…… Ik ben wel blij dat mijn arts het hield bij: “wij gaan zo uw galblaas verwijderen”.
Dan word ik naar de operatiekamer gereden. Opnieuw wordt er wat tegen mij gekeuveld over “niets” maar dat is ongetwijfeld een vorm van gerust stellen die erbij hoort. Ik voel me wel ontspannen. Inmiddels weet ik dat ik op een punt ben gekomen waarbij het ook geen zin meer heeft om tegen te spartelen. Ik laat alles over mij heen komen. Ik wordt de operatiekamer binnen gereden en sta onder de “grote lamp”. Nog één keer wordt gecheckt of ik nog steeds Anton van Dijken ben en dan legt de Anesthesist uit dat hij mij de narcose gaat geven, er de hele operatie bij zal blijven en ervoor zal zorgen dat ik in slaap blijf. Daarop zeg ik nog: “vooral dat laatste lijkt me tijdens de operatie wel erg prettig”. Daarna krijg ik een zuurstofmasker op en de narcose wordt gestart. De Anesthesist vraagt: “hebt u een mooie gedachte”? Die heb ik. Mijn ogen vallen dicht en ik ben in slaap…..
Langzaam maar zeker hoor ik een langzaam aanzwellend gepraat en ik besef dat ik wakker wordt. Ik weet het ene moment nog dat ik iets heb gedroomd en het volgende moment is het weg. Ik open mijn ogen en besef dat ik weer op de uitslaap-kamer lig en zie weer de “wazige” taferelen die ik voor de operatie ook zag. De operatie is al een paar uur achter de rug en ik voel vrij veel pijn. Kort daarna komt een verpleegster naar mij toe en vraagt of ik wat extra morfine wil voor de pijn. Dat lijkt mij wel prettig. Voor mijn gevoel lig ik niet erg lang op de uitslaap-kamer als de verpleegsters mij weer naar boven komen halen. Zo goed als ik mij de “heenweg” kan herinneren, zo vaag is de weg terug. Het is tegen 16:00 als ik weer terug ben op de verpleegafdeling. Vlak daarna komt de chirurg mij vertellen dat er tijdens de operatie z.g.n. rest-ontstekingen zijn gevonden en dat ik opnieuw een antibioticakuur moet krijgen. Ik zeg tegen haar: “het is wel fijn dat ondanks dat alleen een kijkoperatie nodig was maar morgen naar huis zit er zeker niet in…?” “Nee”, zegt ze: “dat zit er waarschijnlijk niet in..”.
Nu had ik van tevoren wel rekening gehouden met het feit dat ik langer dan één nacht in het ziekenhuis zou zijn. Omdat ik toch al een ernstige ontsteking had gehad en niet direct in blakende gezondheid werd geopereerd was het niet ondenkbaar dat ik wat meer tijd zou moeten hebben om te herstellen van de ingreep. Sterker nog, de kans op een zwaardere ingreep was ook groter.
De uren die volgen beleef ik eigenlijk half. Mijn moeder en broer zijn gelukkig een tijd bij mij geweest en meer weet ik eigenlijk niet. Pas halverwege de avond kom ik wat meer “tot leven” en ga ik wat meer beseffen wat er gebeurd is. Ik voel dan al een lichte pijn in mijn rug, nek en schouders. Rond 20:00 krijg ik wat vla te eten; dit komt er helaas vrij snel weer uit. De misselijkheid van de narcose speelt mij blijkbaar parten. In de loop van de avond en nacht neemt de pijn in vooral mijn schouders verder toe. Het wordt zelfs zo erg dat ik mijn rechterarm amper meer kan bewegen. Pijnstillers helpen eigenlijk niet en op een zeker moment denk ik even: “waar ben ik in hemelsnaam aan begonnen met deze operatie?” Rond drie uur komt een dokter van de eerste hulp kijken hoe het met mij is. Ik had daarvoor al herhaaldelijk bij de verpleging aangegeven dat ik erg veel pijn had. De dokter constateert dat deze pijn te maken heeft met de operatie zelf. N.l. bij een kijkoperatie wordt lucht in het lichaam geblazen zodat men beter zicht heeft in het lichaam tijdens de operatie. Deze lucht veroorzaakt de pijn die ik nu voel. Het is pijn van voorbijgaande aard, verzekerd zij mij. Erg veel slapen doe ik niet maar rond 6:00 voel ik dat mijn lichaam zo stijf is geworden dat ik praktisch niet meer kan bewegen. Wanneer de verpleegster komt voor haar ronde vraag ik haar of ik er even uit mag want ik voel aan mijn lichaam dat ik moet gaan bewegen tegen de stijfheid. Nog behoorlijk wankel op de benen en licht in het hoofd, loop ik met haar naar het toilet. Ik krijg gelijk; ik voel dat bewegen goed is voor de pijn. Vanaf dat moment ga ik regelmatig mijn bed uit en probeer in beweging te blijven.
Wanneer ik in de loop van de volgende ochtend bezoek krijg van de zaalarts (ik heb dan inmiddels ook alweer twee boterhammen gegeten) bevestigd hij de diagnose van zijn collega: “pijn die wordt veroorzaakt door de operatie en verdwijnt na verloop van tijd; beweging is prima”. Verder maakt hij duidelijk dat ik in elk geval een aantal dagen in het ziekenhuis moet blijven voor de antibioticakuur. Nu had ik natuurlijk al de nodige ervaring met “infuus-gebruik” dus dat ging deze keer al wat soepeler dan tijdens de “eerste ronde”. Op dezelfde ochtend zie ik ook voor het eerst de drie sneden die zijn gemaakt voor de kijkoperatie. Eentje boven, eentje aan de zijkant en eentje in de navel. Door één van deze gaatjes is de galblaas, als het ware, uitgezogen. Alles ziet er behoorlijk bont en blauw uit en ik voel ook wel de nodige pijn. Het herstel zal nog wel even gaan duren.
Inmiddels ben ik weer thuis en kijk terug op, toch weer, een bewogen tijd in het ziekenhuis. Los van alle pijn, medicatie en gesprekken met doktoren is zo’n ziekenhuis een plek waar van alles gebeurt en waar je heel erg veel indrukken te verwerken krijgt. Vaak zijn het zaken die je in het “normale leven” niet meemaakt tenzij het je dagelijkse werk is. Mede-patiënten zijn soms geestelijk niet meer goed bij de tijd en kunnen de nodige onrust veroorzaken, om het voorzichtig te zeggen. Het zijn verhalen, die je thuis, uitgebreid verteld. Later besefte ik overigens dat die verhalen daar ook moeten blijven; ook deze mensen hebben hun waardigheid en dat hoort zo te blijven. Ik zal daar dan ook niet over in detail treden maar ik denk dat juist deze kwetsbare mensen ons wel iets te vertellen hebben. Mij in ieder geval wel, ze doen mij beseffen dat ik ondanks dit lange en soms moeizame en frustrerende ziekteproces veel heb om dankbaar voor te zijn, zoals: een liefhebbende moeder en broer, in staat zijn om zelf te kiezen voor een operatie om maar meteen twee van de belangrijkste zaken te noemen.
Voordat ik het ziekenhuis in ging heb ik soms best even “in de rats” gezeten. Wat komt er allemaal op mij af? Gaat de operatie wel goed? Heb ik wel de juiste beslissing genomen? Had ik niet gewoon een tijdje moeten afwachten om te zien of het nog wel nodig was? Vragen waar geen hond een antwoord op kan geven; dat hoeft ook niet maar, het deed mij meer en meer beseffen hoe kwetsbaar je als mens kunt zijn: het ene moment ben je actief op allerlei vlakken van het leven en het volgende moment staat eigenlijk alles stil…. Althans, zo voelt het voor mij…… Dit alles speelde door mijn hoofd toen een dierbare vriend, vlak voor mijn operatie, het volgende tegen mij zei:
Ik vind het ‘mooi’ zoals je alles onder ogen ziet. Je ondergaat alles heel bewust. Zo’n ziekteproces brengt heel wat teweeg, het is een spiritueel proces, ‘a life changing experience’ zoals het in het Engels heet. In zo’n proces sta je immers geparkeerd aan de snelweg van het leven. Je wordt er allerminst minder, maar je kunt er juist rijker van worden: dàt is merkbaar bij jou.
Het mooie is dat hij in deze paar zinnen precies omschreef wat ik voelde. Het heeft mij enorm geholpen vóór, tijdens en ook nu, na de operatie. Wanneer je even “alles parkeert” word je niet perse “armer”. Het geeft je juist allerlei mogelijkheden om “rijker” te worden.
Helaas ben ik, laten we zeggen, nogal “kippig” en ik mag, logischerwijs, geen bril op of lenzen in tijdens de operatie. Ondanks het feit dat ik gelukkig nog wel iets kan zien is het niet zo dat ik kan onderscheiden wie er aan mijn bed staat of wat er om mij heen gebeurt; alles is wazig. Ik moet het dus hebben van mijn gehoor en gevoel. Het “ritje” naar de uitslaap-kamer/operatiekamer is voor het gevoel behoorlijk lang. Twee verpleegsters die met mij “aan de haal” gaan door de gangen van het ziekenhuis. Onderweg keuvelen ze wat tegen je en langzaam maar zeker zie ik, door de wazigheid heen, de omgeving steeds “sterieler” worden. Eenmaal op de uitslaap-kamer moet ik vanuit mijn bed meteen de operatietafel op. Ik krijg een bloeddruk/hartslagmeter om en tijdens het plaatsen van het infuus hoor ik de stem van de chirurg die nog even komt vragen hoe het met mij gaat. Ondertussen wordt er een keer of drie gecheckt of het wel echt zo is dat Anton van Dijken op de tafel ligt en niet toevallig iemand anders…… je moet er niet aan denken dat ze je per ongeluk verwisselen met iemand die een heel ander orgaan moet laten verwijderen…… Eigenlijk stellen deze “double-checks” mij wel gerust…
Ondanks het feit dat het een uitslaap-kamer genoemd wordt, lijkt het wel een Centraal Station. Het is een komen en gaan van allerlei mensen, bedden en apparatuur. Op de achtergrond hoor ik een bekende stem…. Het is de stem van de K.N.O.-arts waar ik weleens ben geweest. Ze praat tegen de patiënt die zij gaat opereren. Tot in (letterlijk ieder) detail legt zij aan hem uit wat er precies gaat gebeuren. Als ik eventueel nog trek in eten had gehad, dan was dat bij deze verdwenen…… Ik ben wel blij dat mijn arts het hield bij: “wij gaan zo uw galblaas verwijderen”.
Dan word ik naar de operatiekamer gereden. Opnieuw wordt er wat tegen mij gekeuveld over “niets” maar dat is ongetwijfeld een vorm van gerust stellen die erbij hoort. Ik voel me wel ontspannen. Inmiddels weet ik dat ik op een punt ben gekomen waarbij het ook geen zin meer heeft om tegen te spartelen. Ik laat alles over mij heen komen. Ik wordt de operatiekamer binnen gereden en sta onder de “grote lamp”. Nog één keer wordt gecheckt of ik nog steeds Anton van Dijken ben en dan legt de Anesthesist uit dat hij mij de narcose gaat geven, er de hele operatie bij zal blijven en ervoor zal zorgen dat ik in slaap blijf. Daarop zeg ik nog: “vooral dat laatste lijkt me tijdens de operatie wel erg prettig”. Daarna krijg ik een zuurstofmasker op en de narcose wordt gestart. De Anesthesist vraagt: “hebt u een mooie gedachte”? Die heb ik. Mijn ogen vallen dicht en ik ben in slaap…..
Langzaam maar zeker hoor ik een langzaam aanzwellend gepraat en ik besef dat ik wakker wordt. Ik weet het ene moment nog dat ik iets heb gedroomd en het volgende moment is het weg. Ik open mijn ogen en besef dat ik weer op de uitslaap-kamer lig en zie weer de “wazige” taferelen die ik voor de operatie ook zag. De operatie is al een paar uur achter de rug en ik voel vrij veel pijn. Kort daarna komt een verpleegster naar mij toe en vraagt of ik wat extra morfine wil voor de pijn. Dat lijkt mij wel prettig. Voor mijn gevoel lig ik niet erg lang op de uitslaap-kamer als de verpleegsters mij weer naar boven komen halen. Zo goed als ik mij de “heenweg” kan herinneren, zo vaag is de weg terug. Het is tegen 16:00 als ik weer terug ben op de verpleegafdeling. Vlak daarna komt de chirurg mij vertellen dat er tijdens de operatie z.g.n. rest-ontstekingen zijn gevonden en dat ik opnieuw een antibioticakuur moet krijgen. Ik zeg tegen haar: “het is wel fijn dat ondanks dat alleen een kijkoperatie nodig was maar morgen naar huis zit er zeker niet in…?” “Nee”, zegt ze: “dat zit er waarschijnlijk niet in..”.
Nu had ik van tevoren wel rekening gehouden met het feit dat ik langer dan één nacht in het ziekenhuis zou zijn. Omdat ik toch al een ernstige ontsteking had gehad en niet direct in blakende gezondheid werd geopereerd was het niet ondenkbaar dat ik wat meer tijd zou moeten hebben om te herstellen van de ingreep. Sterker nog, de kans op een zwaardere ingreep was ook groter.
De uren die volgen beleef ik eigenlijk half. Mijn moeder en broer zijn gelukkig een tijd bij mij geweest en meer weet ik eigenlijk niet. Pas halverwege de avond kom ik wat meer “tot leven” en ga ik wat meer beseffen wat er gebeurd is. Ik voel dan al een lichte pijn in mijn rug, nek en schouders. Rond 20:00 krijg ik wat vla te eten; dit komt er helaas vrij snel weer uit. De misselijkheid van de narcose speelt mij blijkbaar parten. In de loop van de avond en nacht neemt de pijn in vooral mijn schouders verder toe. Het wordt zelfs zo erg dat ik mijn rechterarm amper meer kan bewegen. Pijnstillers helpen eigenlijk niet en op een zeker moment denk ik even: “waar ben ik in hemelsnaam aan begonnen met deze operatie?” Rond drie uur komt een dokter van de eerste hulp kijken hoe het met mij is. Ik had daarvoor al herhaaldelijk bij de verpleging aangegeven dat ik erg veel pijn had. De dokter constateert dat deze pijn te maken heeft met de operatie zelf. N.l. bij een kijkoperatie wordt lucht in het lichaam geblazen zodat men beter zicht heeft in het lichaam tijdens de operatie. Deze lucht veroorzaakt de pijn die ik nu voel. Het is pijn van voorbijgaande aard, verzekerd zij mij. Erg veel slapen doe ik niet maar rond 6:00 voel ik dat mijn lichaam zo stijf is geworden dat ik praktisch niet meer kan bewegen. Wanneer de verpleegster komt voor haar ronde vraag ik haar of ik er even uit mag want ik voel aan mijn lichaam dat ik moet gaan bewegen tegen de stijfheid. Nog behoorlijk wankel op de benen en licht in het hoofd, loop ik met haar naar het toilet. Ik krijg gelijk; ik voel dat bewegen goed is voor de pijn. Vanaf dat moment ga ik regelmatig mijn bed uit en probeer in beweging te blijven.
Wanneer ik in de loop van de volgende ochtend bezoek krijg van de zaalarts (ik heb dan inmiddels ook alweer twee boterhammen gegeten) bevestigd hij de diagnose van zijn collega: “pijn die wordt veroorzaakt door de operatie en verdwijnt na verloop van tijd; beweging is prima”. Verder maakt hij duidelijk dat ik in elk geval een aantal dagen in het ziekenhuis moet blijven voor de antibioticakuur. Nu had ik natuurlijk al de nodige ervaring met “infuus-gebruik” dus dat ging deze keer al wat soepeler dan tijdens de “eerste ronde”. Op dezelfde ochtend zie ik ook voor het eerst de drie sneden die zijn gemaakt voor de kijkoperatie. Eentje boven, eentje aan de zijkant en eentje in de navel. Door één van deze gaatjes is de galblaas, als het ware, uitgezogen. Alles ziet er behoorlijk bont en blauw uit en ik voel ook wel de nodige pijn. Het herstel zal nog wel even gaan duren.
Inmiddels ben ik weer thuis en kijk terug op, toch weer, een bewogen tijd in het ziekenhuis. Los van alle pijn, medicatie en gesprekken met doktoren is zo’n ziekenhuis een plek waar van alles gebeurt en waar je heel erg veel indrukken te verwerken krijgt. Vaak zijn het zaken die je in het “normale leven” niet meemaakt tenzij het je dagelijkse werk is. Mede-patiënten zijn soms geestelijk niet meer goed bij de tijd en kunnen de nodige onrust veroorzaken, om het voorzichtig te zeggen. Het zijn verhalen, die je thuis, uitgebreid verteld. Later besefte ik overigens dat die verhalen daar ook moeten blijven; ook deze mensen hebben hun waardigheid en dat hoort zo te blijven. Ik zal daar dan ook niet over in detail treden maar ik denk dat juist deze kwetsbare mensen ons wel iets te vertellen hebben. Mij in ieder geval wel, ze doen mij beseffen dat ik ondanks dit lange en soms moeizame en frustrerende ziekteproces veel heb om dankbaar voor te zijn, zoals: een liefhebbende moeder en broer, in staat zijn om zelf te kiezen voor een operatie om maar meteen twee van de belangrijkste zaken te noemen.
Voordat ik het ziekenhuis in ging heb ik soms best even “in de rats” gezeten. Wat komt er allemaal op mij af? Gaat de operatie wel goed? Heb ik wel de juiste beslissing genomen? Had ik niet gewoon een tijdje moeten afwachten om te zien of het nog wel nodig was? Vragen waar geen hond een antwoord op kan geven; dat hoeft ook niet maar, het deed mij meer en meer beseffen hoe kwetsbaar je als mens kunt zijn: het ene moment ben je actief op allerlei vlakken van het leven en het volgende moment staat eigenlijk alles stil…. Althans, zo voelt het voor mij…… Dit alles speelde door mijn hoofd toen een dierbare vriend, vlak voor mijn operatie, het volgende tegen mij zei:
Ik vind het ‘mooi’ zoals je alles onder ogen ziet. Je ondergaat alles heel bewust. Zo’n ziekteproces brengt heel wat teweeg, het is een spiritueel proces, ‘a life changing experience’ zoals het in het Engels heet. In zo’n proces sta je immers geparkeerd aan de snelweg van het leven. Je wordt er allerminst minder, maar je kunt er juist rijker van worden: dàt is merkbaar bij jou.
Het mooie is dat hij in deze paar zinnen precies omschreef wat ik voelde. Het heeft mij enorm geholpen vóór, tijdens en ook nu, na de operatie. Wanneer je even “alles parkeert” word je niet perse “armer”. Het geeft je juist allerlei mogelijkheden om “rijker” te worden.
vrijdag 7 januari 2011
Oud en Nieuw.....
Oud en Nieuw……
Misschien dat sommige lezers van deze blog het nog wel kennen: bioscoop Metropole aan de Carnegielaan in Den Haag, achter het Vredespaleis. Deze bioscoop was met name bekend omdat leden van het Koninklijk Huis de bioscoop meerdere malen hebben bezocht. Zelf ben ik maar twee keer geweest. In 1997 en in 2003. Het was zo’n typische “oude bioscoop” waar je nog het gevoel kon hebben dat je echt “naar de film was”. In 1997 bezocht ik, met een groep collega’s, de film Titanic. Wat een belevenis was dat, niet alleen vanwege de film zelf maar ook omdat je in zo’n oud theater als het ware “in de film zit”. Een herinnering die met tot in detail is bijgebleven, tot op de dag van vandaag. De film Titanic heb ik inmiddels talloze malen gezien. Nu, veertien jaar later zou het uitkomen van deze film niet eens meer bijzonder zijn, tenslotte draait het nu allemaal om 3D en special effects.
In 2003 was ik er ook. Toen zag ik de briljante documentaire “En Un Momento Dado” over de bijna goddelijke status van voetballer Johan Cruijff in zijn tweede vaderland, Spanje. Niet zomaar een doorsnee-verhaal over voetbal maar een echt kijkje in het hart van de mensen die hem bewonderen. Zelf ben ik ook één van die bewonderaars, dus deze film sprak mij erg aan. Een film waarin Cruijff zelf ook aan het woord komt. Deze keer praat hij echter niet over voetbal en gebruikt hij niet zijn gebruikelijke “Cruijffiaans”. Nee, hij spreekt in deze film over zijn jeugdherinneringen, zijn moeder en zijn tijd bij de Ajax-junioren. Aangrijpend en verassend al wist ik als fan allang dat Cruijff veel meer diepgang heeft dan de meeste mensen denken. In 2004 is bioscoop Metropole gesloopt en moest plaats maken voor een appartementencomplex.
In het afgelopen jaar, ik denk dat het ergens in september was, was ik op bezoek bij mijn neef in Haarlem. Toen we door de stad liepen werden we aangesproken door twee jongens die bij een tafeltje stonden met wat krentenbollen. “Goedemiddag heren, het is vandaag nationale burendag en wij hebben onze deuren geopend voor iedereen”. Willen jullie misschien een krentenbol en even binnen komen”. Toen zag ik pas het gebouw waar we voor stonden. Het had een brede deuropening en een hoge gevel. Ik zei: “dit lijkt wel een theater”. De jongen zei: ”dit gebouw is tegenwoordig de Fonteinkerk; vroeger was dit gebouw een bioscoop. En weet u welke film hier als laatste heeft gedraaid voordat de bioscoop zou gaan sluiten? “Nou”, zei ik. Dat was Jesus Christ Superstar…! Niet lang daarna nam de kerk intrek in de voormalige bioscoop. Nu zijn er natuurlijk mensen die zullen zeggen: “zie je wel, dit gebouw was gewoon bestemd voor de kerk. God heeft voor alles en iedereen een bestemming. Dat zou kunnen maar mij gaat het in dat geval om het beeld van oud en nieuw.
Morgen word ik 35 jaar. Vandaag is het dus “oudejaarsdag”. Vandaag maar natuurlijk zeker de afgelopen tijd, kijk ik terug op een periode die bijzonder heftig was. De lezers van mijn vorige blogs hebben veel details daarover in zich op kunnen nemen. Ik heb pijn ervaren, angst en onzekerheid maar voelde me ook gedragen door mijn geloof en de warmte en aandacht van familie, vrienden en collega’s. Tegelijkertijd roept deze periode in mijn leven ook herinneringen op aan langer geleden. Zo was Kerst 2010, de tiende zonder mijn geliefde oma, die zo belangrijk in mijn leven was. Vandaag, 7 januari, is het zeven jaar geleden dat ik mijn beste vriend verloor aan zelfmoord. Zonder dat verder te willen dramatiseren, voelt het na de afgelopen twee maanden wel anders dan vroeger. Ziekte maakt je veel bewuster van alles en iedereen om je heen en dus ook van hetgeen er ooit was maar er nooit meer zal zijn…
Eind januari volgt mijn tweede ziekenhuisopname en word ik geopereerd aan mijn galblaas. Het moet gezegd worden: veel mensen proberen mij met de beste bedoelingen “gerust te stellen” dat het allemaal wel goed zal komen en dat ik mij na de operatie veel beter zal voelen. Laat ik er dit over zeggen: ik ben blij om te horen dat deze operatie voor veel mensen positief heeft uitgepakt en dat men zich beter voelt. Ik ben ook blij met de goede intentie waarmee men het zegt. Eerlijk gezegd, kies ik zelf voor een andere insteek: ik ben overtuigd van de noodzaak van mijn operatie en heb vertrouwen in de medici die het moeten gaan doen. Ik twijfel niet maar ik ga “nergens van uit”. Ik kies ervoor om het maar te laten gebeuren en te zien hoe mijn herstel daarna zal verlopen. Het berekenen van de slagingskans laat ik graag aan anderen over. Ik volg mijn gevoel en weet dat het goed is. In de loop van het afgelopen jaar had ik het idee om mijn 35e verjaardag uitgebreider te vieren dan anders; helaas zit dat er niet in maar deze week kreeg ik van mijn moeder een tekst van Henri Nouwen aangereikt waarin hij het volgende zegt:
“Het is belangrijk om je verjaardag te vieren. Dat is immers de dag van je geboorte. Op je verjaardag kunnen vrienden tegen je zeggen: “Fijn dat je er bent.”Een verjaardagscadeau van familie en vrienden laat zien dat ze blij zijn dat je er bent. Kinderen kijken vaak maandenlang uit naar hun verjaardag. Dat is een hoogtepunt, ze staan in de aandacht, alle vriendjes en vriendinnetjes komen hen feliciteren.
Je eigen verjaardag en die van degenen die je na staan moet je nooit vergeten. Verjaardagen houden het kind in ons levend. Een verjaardag herinnert je eraan dat het helemaal niet zo belangrijk is wat je doet, bezit of weet, maar dat je bestaat en leeft, hier en nu. Op verjaardagen kun je dankzeggen voor het geschenk van het leven".
Ik vier dus morgen mijn verjaardag, samen met mijn broer en zeg dank voor het geschenk van het leven
Misschien dat sommige lezers van deze blog het nog wel kennen: bioscoop Metropole aan de Carnegielaan in Den Haag, achter het Vredespaleis. Deze bioscoop was met name bekend omdat leden van het Koninklijk Huis de bioscoop meerdere malen hebben bezocht. Zelf ben ik maar twee keer geweest. In 1997 en in 2003. Het was zo’n typische “oude bioscoop” waar je nog het gevoel kon hebben dat je echt “naar de film was”. In 1997 bezocht ik, met een groep collega’s, de film Titanic. Wat een belevenis was dat, niet alleen vanwege de film zelf maar ook omdat je in zo’n oud theater als het ware “in de film zit”. Een herinnering die met tot in detail is bijgebleven, tot op de dag van vandaag. De film Titanic heb ik inmiddels talloze malen gezien. Nu, veertien jaar later zou het uitkomen van deze film niet eens meer bijzonder zijn, tenslotte draait het nu allemaal om 3D en special effects.
In 2003 was ik er ook. Toen zag ik de briljante documentaire “En Un Momento Dado” over de bijna goddelijke status van voetballer Johan Cruijff in zijn tweede vaderland, Spanje. Niet zomaar een doorsnee-verhaal over voetbal maar een echt kijkje in het hart van de mensen die hem bewonderen. Zelf ben ik ook één van die bewonderaars, dus deze film sprak mij erg aan. Een film waarin Cruijff zelf ook aan het woord komt. Deze keer praat hij echter niet over voetbal en gebruikt hij niet zijn gebruikelijke “Cruijffiaans”. Nee, hij spreekt in deze film over zijn jeugdherinneringen, zijn moeder en zijn tijd bij de Ajax-junioren. Aangrijpend en verassend al wist ik als fan allang dat Cruijff veel meer diepgang heeft dan de meeste mensen denken. In 2004 is bioscoop Metropole gesloopt en moest plaats maken voor een appartementencomplex.
In het afgelopen jaar, ik denk dat het ergens in september was, was ik op bezoek bij mijn neef in Haarlem. Toen we door de stad liepen werden we aangesproken door twee jongens die bij een tafeltje stonden met wat krentenbollen. “Goedemiddag heren, het is vandaag nationale burendag en wij hebben onze deuren geopend voor iedereen”. Willen jullie misschien een krentenbol en even binnen komen”. Toen zag ik pas het gebouw waar we voor stonden. Het had een brede deuropening en een hoge gevel. Ik zei: “dit lijkt wel een theater”. De jongen zei: ”dit gebouw is tegenwoordig de Fonteinkerk; vroeger was dit gebouw een bioscoop. En weet u welke film hier als laatste heeft gedraaid voordat de bioscoop zou gaan sluiten? “Nou”, zei ik. Dat was Jesus Christ Superstar…! Niet lang daarna nam de kerk intrek in de voormalige bioscoop. Nu zijn er natuurlijk mensen die zullen zeggen: “zie je wel, dit gebouw was gewoon bestemd voor de kerk. God heeft voor alles en iedereen een bestemming. Dat zou kunnen maar mij gaat het in dat geval om het beeld van oud en nieuw.
Morgen word ik 35 jaar. Vandaag is het dus “oudejaarsdag”. Vandaag maar natuurlijk zeker de afgelopen tijd, kijk ik terug op een periode die bijzonder heftig was. De lezers van mijn vorige blogs hebben veel details daarover in zich op kunnen nemen. Ik heb pijn ervaren, angst en onzekerheid maar voelde me ook gedragen door mijn geloof en de warmte en aandacht van familie, vrienden en collega’s. Tegelijkertijd roept deze periode in mijn leven ook herinneringen op aan langer geleden. Zo was Kerst 2010, de tiende zonder mijn geliefde oma, die zo belangrijk in mijn leven was. Vandaag, 7 januari, is het zeven jaar geleden dat ik mijn beste vriend verloor aan zelfmoord. Zonder dat verder te willen dramatiseren, voelt het na de afgelopen twee maanden wel anders dan vroeger. Ziekte maakt je veel bewuster van alles en iedereen om je heen en dus ook van hetgeen er ooit was maar er nooit meer zal zijn…
Eind januari volgt mijn tweede ziekenhuisopname en word ik geopereerd aan mijn galblaas. Het moet gezegd worden: veel mensen proberen mij met de beste bedoelingen “gerust te stellen” dat het allemaal wel goed zal komen en dat ik mij na de operatie veel beter zal voelen. Laat ik er dit over zeggen: ik ben blij om te horen dat deze operatie voor veel mensen positief heeft uitgepakt en dat men zich beter voelt. Ik ben ook blij met de goede intentie waarmee men het zegt. Eerlijk gezegd, kies ik zelf voor een andere insteek: ik ben overtuigd van de noodzaak van mijn operatie en heb vertrouwen in de medici die het moeten gaan doen. Ik twijfel niet maar ik ga “nergens van uit”. Ik kies ervoor om het maar te laten gebeuren en te zien hoe mijn herstel daarna zal verlopen. Het berekenen van de slagingskans laat ik graag aan anderen over. Ik volg mijn gevoel en weet dat het goed is. In de loop van het afgelopen jaar had ik het idee om mijn 35e verjaardag uitgebreider te vieren dan anders; helaas zit dat er niet in maar deze week kreeg ik van mijn moeder een tekst van Henri Nouwen aangereikt waarin hij het volgende zegt:
“Het is belangrijk om je verjaardag te vieren. Dat is immers de dag van je geboorte. Op je verjaardag kunnen vrienden tegen je zeggen: “Fijn dat je er bent.”Een verjaardagscadeau van familie en vrienden laat zien dat ze blij zijn dat je er bent. Kinderen kijken vaak maandenlang uit naar hun verjaardag. Dat is een hoogtepunt, ze staan in de aandacht, alle vriendjes en vriendinnetjes komen hen feliciteren.
Je eigen verjaardag en die van degenen die je na staan moet je nooit vergeten. Verjaardagen houden het kind in ons levend. Een verjaardag herinnert je eraan dat het helemaal niet zo belangrijk is wat je doet, bezit of weet, maar dat je bestaat en leeft, hier en nu. Op verjaardagen kun je dankzeggen voor het geschenk van het leven".
Ik vier dus morgen mijn verjaardag, samen met mijn broer en zeg dank voor het geschenk van het leven
vrijdag 3 december 2010
Emoties, uitrusten, uitslagen en de juiste prioriteiten....
Vandaag is er een einde gekomen aan een periode van twee weken waarin ik af moest wachten totdat ik meer zou weten over de status van mijn gezondheid. Toen ik twee weken geleden thuis kwam was er ten eerste veel emotie…… Ik zag de zorgen over mij bij mijn moeder en broer en vooral mijn broer was en is nog steeds zeer geëmotioneerd over alles wat zich de afgelopen weken heeft afgespeeld. Logisch, natuurlijk. Met z’n drieën kiezen we er al jaren bewust voor om samen te blijven wonen en wanneer één van de drie er dan even niet is en zelfs in het ziekenhuis ligt dan komt dat hard aan. Vooral voor hem maar ook voor mij…. Als ik binnen kom worden de emoties ook mij teveel en huilend vallen we elkaar in de armen. Het besef dat we weer samen zijn is overweldigend. Ik realiseer me ook hoe vreemd het voor Marco moet zijn om bijvoorbeeld ’s nachts in zijn bed te liggen in de wetenschap dat de kamer naast hem leeg is (bovendien hoort hij geen gesnurk….;) ) Het is zichtbaar heel zwaar voor hem geweest. Gelukkig is er nu alleen maar blijdschap en opluchting.
Mijn herstel verloopt de afgelopen twee weken goed (geen pijn of andere klachten) maar wel wisselend. Ik ben iedere dag erg vermoeid en slaap overdag meerdere uren. Gelukkig kan ik vrij snel stoppen met het gebruik van pijnstillers. Het afmaken van de antibioticakuur vind ik geen pretje: ik ben niet zo’n pillenslikker maar moet er nu zeven per dag nemen. Ik ben dan ook blij als de kuur aan het einde van de volgende week op is. Het volgen van mijn dieet (vetvrij eten) valt me niet zwaar. Eigenlijk bevalt het me heel goed en bovendien is het bijzonder effectief. Inmiddels ben ik negen kilo afgevallen en dat is zeker niet teveel….. Een geheel nieuwe garderobe is nog niet in zicht maar heb inmiddels al geen gaatjes meer over in mijn broekriem dus dat is een kwestie van tijd…
In de loop van deze week ben ik regelmatig bezig met mijn afspraak met de chirurg. Ten eerste ben ik benieuwd naar de bloedwaarden. Hoe is het nu met de ontsteking? Wanneer zou ik geopereerd kunnen worden? De vraag of er een operatie plaats gaat vinden heb ik niet. Voor mij staat al wel vast dat dit noodzakelijk zal zijn. Eigenlijk zegt mijn gevoel: snel opereren maar tegelijkertijd zegt het verstand: mijn conditie en weerstand zijn niet best dus neem ik daar niet veel te veel risico’s mee? Gelukkig helpt mijn chirurg mij vanochtend “uit de brand”. Ik realiseer me achteraf dat ik alweer veel te snel “op haar stoel” was gaan zitten door van alles te willen invullen voordat ik haar had gesproken. Hoe staat het er nu precies voor:
De waarden van mijn bloed tonen aan dat de ontsteking onder controle is en dat de antibiotica dus zijn werk gedaan heeft. Echter, de ontsteking van de galblaas is nog niet weg. De galblaas is gezwollen en ook zeer gevoelig… het bekende gezegde: “de vinger op de zere plek leggen” kwam letterlijk tot leven toen de dokter mijn galblaas onderzocht…. Een “wake-up call” in de trant van: o ja, daar deed en doet het dus nog pijn…..
De dokter geeft aan dat er zeker zes weken moet zitten tussen de genezing van de ontsteking en een operatie. De vermoeidheid die ik nu voel is normaal en zal de komende tijd ook nog aanhouden. Ik zal ruim de tijd moeten nemen om te herstellen. Over drie weken, op 27 december heb ik een nieuwe afspraak met de chirurg om te zien hoe het dan met de ontsteking is
Een belangrijke wetenswaardigheid is overigens het volgende: op dit moment is de normale richtlijn dat altijd het advies wordt gegeven om de galblaas te verwijderen na een ontsteking. De chirurgen volgen dat protocol ook. Echter, de geleerden zijn het hier niet geheel over eens en het is niet uitgesloten dat in de toekomst wordt besloten om niet meer in alle gevallen het advies te geven om de galblaas zomaar te verwijderen na een ontsteking maar dit misschien wel per geval te beoordelen. Het geeft mij een ieder geval de indruk dat men binnen de geneeskunde steeds meer tot de ontdekking komt dat ieder mens uniek is en dus ook verschillend reageert waardoor er meer keuzevrijheid ontstaat. Ik vind het geruststellend te weten dat men niet meer als een soort alwetend en almachtig instituut “regeert”.
Al met al is mijn dokter helder en duidelijk over het hier en nu: opereren is geen optie; eerst volledig herstellen. Daarna zien we verder. Eerlijk gezegd is er wel een last van mijn schouders gevallen. Ik weet nu dat volledig herstellen de eerste prioriteit is en verder is er even niks anders belangrijk. Nou ja, nog een paar extra kilo’s verliezen lijkt me ook niet vervelend….maar dat gaat vast lukken!
Mijn herstel verloopt de afgelopen twee weken goed (geen pijn of andere klachten) maar wel wisselend. Ik ben iedere dag erg vermoeid en slaap overdag meerdere uren. Gelukkig kan ik vrij snel stoppen met het gebruik van pijnstillers. Het afmaken van de antibioticakuur vind ik geen pretje: ik ben niet zo’n pillenslikker maar moet er nu zeven per dag nemen. Ik ben dan ook blij als de kuur aan het einde van de volgende week op is. Het volgen van mijn dieet (vetvrij eten) valt me niet zwaar. Eigenlijk bevalt het me heel goed en bovendien is het bijzonder effectief. Inmiddels ben ik negen kilo afgevallen en dat is zeker niet teveel….. Een geheel nieuwe garderobe is nog niet in zicht maar heb inmiddels al geen gaatjes meer over in mijn broekriem dus dat is een kwestie van tijd…
In de loop van deze week ben ik regelmatig bezig met mijn afspraak met de chirurg. Ten eerste ben ik benieuwd naar de bloedwaarden. Hoe is het nu met de ontsteking? Wanneer zou ik geopereerd kunnen worden? De vraag of er een operatie plaats gaat vinden heb ik niet. Voor mij staat al wel vast dat dit noodzakelijk zal zijn. Eigenlijk zegt mijn gevoel: snel opereren maar tegelijkertijd zegt het verstand: mijn conditie en weerstand zijn niet best dus neem ik daar niet veel te veel risico’s mee? Gelukkig helpt mijn chirurg mij vanochtend “uit de brand”. Ik realiseer me achteraf dat ik alweer veel te snel “op haar stoel” was gaan zitten door van alles te willen invullen voordat ik haar had gesproken. Hoe staat het er nu precies voor:
De waarden van mijn bloed tonen aan dat de ontsteking onder controle is en dat de antibiotica dus zijn werk gedaan heeft. Echter, de ontsteking van de galblaas is nog niet weg. De galblaas is gezwollen en ook zeer gevoelig… het bekende gezegde: “de vinger op de zere plek leggen” kwam letterlijk tot leven toen de dokter mijn galblaas onderzocht…. Een “wake-up call” in de trant van: o ja, daar deed en doet het dus nog pijn…..
De dokter geeft aan dat er zeker zes weken moet zitten tussen de genezing van de ontsteking en een operatie. De vermoeidheid die ik nu voel is normaal en zal de komende tijd ook nog aanhouden. Ik zal ruim de tijd moeten nemen om te herstellen. Over drie weken, op 27 december heb ik een nieuwe afspraak met de chirurg om te zien hoe het dan met de ontsteking is
Een belangrijke wetenswaardigheid is overigens het volgende: op dit moment is de normale richtlijn dat altijd het advies wordt gegeven om de galblaas te verwijderen na een ontsteking. De chirurgen volgen dat protocol ook. Echter, de geleerden zijn het hier niet geheel over eens en het is niet uitgesloten dat in de toekomst wordt besloten om niet meer in alle gevallen het advies te geven om de galblaas zomaar te verwijderen na een ontsteking maar dit misschien wel per geval te beoordelen. Het geeft mij een ieder geval de indruk dat men binnen de geneeskunde steeds meer tot de ontdekking komt dat ieder mens uniek is en dus ook verschillend reageert waardoor er meer keuzevrijheid ontstaat. Ik vind het geruststellend te weten dat men niet meer als een soort alwetend en almachtig instituut “regeert”.
Al met al is mijn dokter helder en duidelijk over het hier en nu: opereren is geen optie; eerst volledig herstellen. Daarna zien we verder. Eerlijk gezegd is er wel een last van mijn schouders gevallen. Ik weet nu dat volledig herstellen de eerste prioriteit is en verder is er even niks anders belangrijk. Nou ja, nog een paar extra kilo’s verliezen lijkt me ook niet vervelend….maar dat gaat vast lukken!
dinsdag 30 november 2010
Een week in het ziekenhuis.....ontdekken, leren en herstellen.
Het is zaterdagochtend als de lichten op de kamer aan gaan en de gordijnen open gaan. Het is 13 november, en mijn eerste nacht in het ziekenhuis is voorbij. Ik heb een aantal keren morfine gekregen tegen de pijn. Ik krijg nu mijn eerste “ontbijt”. Ik weet al dat ik vooralsnog alleen maar vloeibaar mag eten en ontbijt dus met vla…… Verder hoor ik dat ik, over de dag verdeeld, flesjes met bijvoeding moet drinken. Ik ga voor het eerst mijn bed uit om naar het toilet te gaan. Al strompelend vanwege pijn en stijfheid ga ik, met mijn "infuuspaal", naar het toilet. ’t Is even passen en meten maar met wat kunst en vliegwerk hou je net genoeg ruimte over om op het toilet te gaan zitten…
Na het ontbijt wil ik in de kleine doucheruimte even mijn tanden gaan poetsen. Direct als ik erin stap en de deur dicht doe, krijg ik en beklemmend gevoel; ik begin te zweten, wordt duizelig en begin wazig te zien. Ik ga meteen het hok weer uit en terug naar mijn bed. “Voelt u zich niet lekker? vraagt de zuster. U zweet helemaal”. Na, een dan maar beperkte wasbeurt op het bed, voel ik me iets beter. Ondertussen maak ik kennis met twee mensen die bij mij op de kamer liggen. Beiden zijn de dag ervoor geopereerd aan hun galblaas. Beiden zien er fit uit en lijken niet echt van plan om lang in het ziekenhuis te blijven. Later op de dag, krijgen ze beiden ook inderdaad te horen dat ze naar huis mogen. Ik ben slechts kort in hun gezelschap geweest…… In de loop van middag keert een andere patiënt terug op de afdeling. Zij is ook aan haar galblaas geopereerd maar heeft de nacht door moeten brengen op de Intensive Care. Vanwege andere gezondheidsklachten werd zij daar voor de zekerheid een nacht geobserveerd. Ze blijkt ook een galblaas-ontsteking te hebben gehad, in juni. Bij haar was de situatie zodanig erg dat ze nu pas geopereerd kon worden.
Op diezelfde zaterdagochtend Twitter ik het volgende de wereld in: “En dan lig je ineens in het lange land-ziekenhuis met een galblaas-ontsteking. Niet fijn!”. De reacties hierop ervaar ik als overweldigend en hartverwarmend. Het voelt goed om te weten dat er zoveel mensen met je meeleven. Een aantal persoonlijke vrienden zegt meteen toe, langs te zullen komen of bellen me al vrij snel op. Ik ben er erg blij mee!
Rond 13:00 komt de chirurg langs en verteld mij dat “ik de pech heb dat ik waarschijnlijk al langer rondloop met een ontstoken galblaas. Ze omschrijft het als “Modder dat in de galblaas zit. Dit zal eerst opgeruimd moeten worden voordat er überhaupt geopereerd kan worden. Op dat moment noemt de dokter een termijn van zes weken. Voor mijn gevoel is dat erg lang en tegelijkertijd nog niet echt te overzien. Eerst maar eens kijken hoe deze ontsteking zich ontwikkelt, denk ik bij mezelf.
Ondertussen krijg ik in de gaten dat men in het ziekenhuis niet bepaald terughouden is met het verstrekken van pijnstillers. Drie keer per dag krijg ik twee verschillende soorten. In het begin neem ik dat allemaal braaf in; ik moet er niet aan denken dat ik weer die vreselijke pijn ga voelen. De pijn die ik nu voel, ondanks de pijnstillers, is al erg genoeg. Het doet me op een zeker moment ook beseffen dat ik, in ieder geval voorlopig, totaal afhankelijk ben geworden van anderen. Ik lig in een ziekenhuisbed, aan een infuus met twee soorten antibiotica en vocht, krijg vloeibaar voedsel, en moet bijvoeding drinken (overigens, treed ik maar niet in detail over de smaak van dit spul….waarschijnlijk zegt dit al genoeg).
Mijn tweede nacht is een kopie van de eerste; ik slaap weer nauwelijks en moet nu vaak naar het toilet. De bijwerking “diarree” van de antibiotica zorgt er in elk geval voor dat ik veel lichaamsbeweging heb… Op zondag krijg ik al vrij vroeg bezoek van één van de artsen. Het verhaal van deze arts is niet veel anders dan op zaterdag. Hij voegt er wel aan toe. U heeft in eerste instantie een kuur van vijf dagen en daarna kijken we verder. Ik weet nu dus dat ik zoiezo tot woensdag in het ziekenhuis moet blijven. Intussen merk ik dat de antibiotica goed werkt. Ik heb minder pijn en voel me op zondagmiddag best goed. Een voordeel is ook dat ik inmiddels alleen op de kamer lig en ook de nacht alleen zal doorbrengen. Dat scheelt! ’S nachts slaap ik goed; weliswaar ben ik iedere 2 uur wakker om weer “met mijn vriend de infuuspaal” naar het toilet af te reizen. Ik heb er geen foto van, helaas.. gekscherend gebruik ik al vrij snel de grap tegen mijn medepatiënten: “Opa (de eerste dagen strompelde ik als een oude man door het ziekenhuis vanwege de pijn en stijfheid van mn spieren)gaat weer met zijn vriend op pad”. Maar als ik maandagochtend wakker wordt, voel ik me best goed en heb goede moed. Verder hoor ik al vrij vroeg dat ik weer vast voedsel mag gaan eten. Ik besluit, omdat ik weet dat ik toch nog een paar dagen moet blijven, om me te abonneren op televisie. Dat brengt toch wat extra afleiding naast de dagelijkse bezoekjes van mijn moeder en broer en, door de week heen, van vrienden en collega’s.
Op die maandag ervaar ik voor het eerst hoe het is om te douchen met een infuus. Ik ben op die maandag voor het eerst een tijdje uit bed en lees de krant aan tafel en bel met wat mensen. Rond zeven uur was er al een nieuwe patiënt op de kamer gekomen die dezelfde dag geopereerd zou worden. In de loop van de ochtend krijg ik ook gezelschap van een ander die een zware hartoperatie achter de rug heeft en nog een aantal dagen moet herstellen voordat hij naar huis kan.
Maandagnacht slaap ik weer minder goed dan de nacht ervoor en ik krijg al vrij vroeg bezoek van de dokter. Deze komt een mededeling brengen die ik als erg teleurstelling ervaar: de antibioticakuur zal moeten worden voortgezet en moet zeker tien dagen duren. De kuren die ik krijg zijn niet beschikbaar in tabletvorm en dit betekent dus dat ik zeker tien dagen in het ziekenhuis zal moeten blijven. Of het alleen door deze mededeling komt weet ik niet maar ’s middags voel ik me minder goed; ik ben vermoeid en zie op tegen de tien dagen in het ziekenhuis.
Op woensdag wordt me echter weer verteld dat het misschien toch mogelijk is om antibiotica in tabletvorm te krijgen. Ik vind het allemaal maar verwarrend. Diezelfde dag spreek ik nog een keer met de dokter en dan hoor ik de derde versie van het verhaal: wanneer de waarden van mijn bloed op donderdag laag genoeg zijn, kan ik met andere antibiotica en verder en dan zou ik toch naar huis kunnen. Het is dus afwachten tot donderdag. Ik besluit maar nergens op te hopen en maar gewoon uit te gaan van de huidige situatie. Woensdagavond zie ik mezelf nog even op TV voorbij komen. Mijn vaste volgers weten vast nog wel dat ik in augustus in Bloemendaal ben geweest bij het release-concert van Ilse DeLange. Beelden daarvan waren die avond te zien in een documentaire over Ilse en daar kwam ik dus ook even langs. Ik zeg tegen de zuster: “kom je nu mijn bloeddruk meten en mijn temperatuur controleren? Dan moet je wel weten dat ik net op TV was, dus door de opwinding kan het best wat hoger zijn dan normaal…;)
Eerlijk is eerlijk, als je in het ziekenhuis ligt en je hebt weinig te doen, dan heb je in elk geval veel tijd om over dingen na te denken. Ik reflecteer veel en vraag me regelmatig af wat de oorzaak van mijn galblaas-ontsteking kan zijn. Is dit alleen iets lichamelijks of heeft ook het geestelijke, het mentale invloed op mijn gezondheid? Het zijn tijden waarin je alles wat je doet (of juist niet doet) weer op de weegschaal legt. Ik kom in ieder geval tot de conclusie dat deze situatie mij ertoe aanzet om anders naar het leven te kijken. Ik voel, meer dan ooit, mijn eigen kwetsbaarheid en afhankelijkheid. Ik besef dat ik vaak veel te veel leef vanuit “willen” en “moeten”. Om een voorbeeld te noemen: ik heb honger dus moet ik nu eten en ik wil eten wat ik lekker vind. Die situatie is nu anders: ik heb dan wel honger maar ik mag blij zijn dat ik iets mag eten en dat eten is misschien niet hetgeen ik lekker vind maar het is wel goed voor me. Op een zeker moment denk ik aan het woord “zelfdiscipline”. Daarvan zou ik best wat meer kunnen hebben...
Verder ontdek ik in het ziekenhuis ook wat de waarde is van geloof. Iedereen die mij kent weet dat geloven belangrijk is voor mij maar juist in het ziekenhuis leer ik dat het heel erg van belang is, hoe je God ziet. Mensen getuigen vaak van Gods grootheid en Zijn grote plannen voor de wereld en Zijn macht en kracht. Ik leerde God op een andere manier kennen: ik zag Hem in de kleinste details. In het ziekenhuis kwam ik zieke en zwakke mensen tegen; de ene zieker dan de ander maar allemaal hadden ze diezelfde afhankelijkheid als ik, al was het soms maar voor even. Is het dan zo dat ik in al die mensen God zag? Nee, ik houd het wat dat betreft maar gewoon bij mezelf. Ik merkte en voelde dat God juist daar in mijn leven aanwezig is, waar Hij geen Grootheid en Macht hoeft te laten zien. Maar, bij wijze van spreken een arm om mijn schouder legt en zegt: “ik ga met je mee. Je bent niet alleen”.
Gelukkig krijg ik op donderdagmiddag inderdaad het groene licht om naar huis te gaan. Rond half vier verlaat ik na bijna een week het ziekenhuis om thuis de kuur af te maken en verder te herstellen...
Na het ontbijt wil ik in de kleine doucheruimte even mijn tanden gaan poetsen. Direct als ik erin stap en de deur dicht doe, krijg ik en beklemmend gevoel; ik begin te zweten, wordt duizelig en begin wazig te zien. Ik ga meteen het hok weer uit en terug naar mijn bed. “Voelt u zich niet lekker? vraagt de zuster. U zweet helemaal”. Na, een dan maar beperkte wasbeurt op het bed, voel ik me iets beter. Ondertussen maak ik kennis met twee mensen die bij mij op de kamer liggen. Beiden zijn de dag ervoor geopereerd aan hun galblaas. Beiden zien er fit uit en lijken niet echt van plan om lang in het ziekenhuis te blijven. Later op de dag, krijgen ze beiden ook inderdaad te horen dat ze naar huis mogen. Ik ben slechts kort in hun gezelschap geweest…… In de loop van middag keert een andere patiënt terug op de afdeling. Zij is ook aan haar galblaas geopereerd maar heeft de nacht door moeten brengen op de Intensive Care. Vanwege andere gezondheidsklachten werd zij daar voor de zekerheid een nacht geobserveerd. Ze blijkt ook een galblaas-ontsteking te hebben gehad, in juni. Bij haar was de situatie zodanig erg dat ze nu pas geopereerd kon worden.
Op diezelfde zaterdagochtend Twitter ik het volgende de wereld in: “En dan lig je ineens in het lange land-ziekenhuis met een galblaas-ontsteking. Niet fijn!”. De reacties hierop ervaar ik als overweldigend en hartverwarmend. Het voelt goed om te weten dat er zoveel mensen met je meeleven. Een aantal persoonlijke vrienden zegt meteen toe, langs te zullen komen of bellen me al vrij snel op. Ik ben er erg blij mee!
Rond 13:00 komt de chirurg langs en verteld mij dat “ik de pech heb dat ik waarschijnlijk al langer rondloop met een ontstoken galblaas. Ze omschrijft het als “Modder dat in de galblaas zit. Dit zal eerst opgeruimd moeten worden voordat er überhaupt geopereerd kan worden. Op dat moment noemt de dokter een termijn van zes weken. Voor mijn gevoel is dat erg lang en tegelijkertijd nog niet echt te overzien. Eerst maar eens kijken hoe deze ontsteking zich ontwikkelt, denk ik bij mezelf.
Ondertussen krijg ik in de gaten dat men in het ziekenhuis niet bepaald terughouden is met het verstrekken van pijnstillers. Drie keer per dag krijg ik twee verschillende soorten. In het begin neem ik dat allemaal braaf in; ik moet er niet aan denken dat ik weer die vreselijke pijn ga voelen. De pijn die ik nu voel, ondanks de pijnstillers, is al erg genoeg. Het doet me op een zeker moment ook beseffen dat ik, in ieder geval voorlopig, totaal afhankelijk ben geworden van anderen. Ik lig in een ziekenhuisbed, aan een infuus met twee soorten antibiotica en vocht, krijg vloeibaar voedsel, en moet bijvoeding drinken (overigens, treed ik maar niet in detail over de smaak van dit spul….waarschijnlijk zegt dit al genoeg).
Mijn tweede nacht is een kopie van de eerste; ik slaap weer nauwelijks en moet nu vaak naar het toilet. De bijwerking “diarree” van de antibiotica zorgt er in elk geval voor dat ik veel lichaamsbeweging heb… Op zondag krijg ik al vrij vroeg bezoek van één van de artsen. Het verhaal van deze arts is niet veel anders dan op zaterdag. Hij voegt er wel aan toe. U heeft in eerste instantie een kuur van vijf dagen en daarna kijken we verder. Ik weet nu dus dat ik zoiezo tot woensdag in het ziekenhuis moet blijven. Intussen merk ik dat de antibiotica goed werkt. Ik heb minder pijn en voel me op zondagmiddag best goed. Een voordeel is ook dat ik inmiddels alleen op de kamer lig en ook de nacht alleen zal doorbrengen. Dat scheelt! ’S nachts slaap ik goed; weliswaar ben ik iedere 2 uur wakker om weer “met mijn vriend de infuuspaal” naar het toilet af te reizen. Ik heb er geen foto van, helaas.. gekscherend gebruik ik al vrij snel de grap tegen mijn medepatiënten: “Opa (de eerste dagen strompelde ik als een oude man door het ziekenhuis vanwege de pijn en stijfheid van mn spieren)gaat weer met zijn vriend op pad”. Maar als ik maandagochtend wakker wordt, voel ik me best goed en heb goede moed. Verder hoor ik al vrij vroeg dat ik weer vast voedsel mag gaan eten. Ik besluit, omdat ik weet dat ik toch nog een paar dagen moet blijven, om me te abonneren op televisie. Dat brengt toch wat extra afleiding naast de dagelijkse bezoekjes van mijn moeder en broer en, door de week heen, van vrienden en collega’s.
Op die maandag ervaar ik voor het eerst hoe het is om te douchen met een infuus. Ik ben op die maandag voor het eerst een tijdje uit bed en lees de krant aan tafel en bel met wat mensen. Rond zeven uur was er al een nieuwe patiënt op de kamer gekomen die dezelfde dag geopereerd zou worden. In de loop van de ochtend krijg ik ook gezelschap van een ander die een zware hartoperatie achter de rug heeft en nog een aantal dagen moet herstellen voordat hij naar huis kan.
Maandagnacht slaap ik weer minder goed dan de nacht ervoor en ik krijg al vrij vroeg bezoek van de dokter. Deze komt een mededeling brengen die ik als erg teleurstelling ervaar: de antibioticakuur zal moeten worden voortgezet en moet zeker tien dagen duren. De kuren die ik krijg zijn niet beschikbaar in tabletvorm en dit betekent dus dat ik zeker tien dagen in het ziekenhuis zal moeten blijven. Of het alleen door deze mededeling komt weet ik niet maar ’s middags voel ik me minder goed; ik ben vermoeid en zie op tegen de tien dagen in het ziekenhuis.
Op woensdag wordt me echter weer verteld dat het misschien toch mogelijk is om antibiotica in tabletvorm te krijgen. Ik vind het allemaal maar verwarrend. Diezelfde dag spreek ik nog een keer met de dokter en dan hoor ik de derde versie van het verhaal: wanneer de waarden van mijn bloed op donderdag laag genoeg zijn, kan ik met andere antibiotica en verder en dan zou ik toch naar huis kunnen. Het is dus afwachten tot donderdag. Ik besluit maar nergens op te hopen en maar gewoon uit te gaan van de huidige situatie. Woensdagavond zie ik mezelf nog even op TV voorbij komen. Mijn vaste volgers weten vast nog wel dat ik in augustus in Bloemendaal ben geweest bij het release-concert van Ilse DeLange. Beelden daarvan waren die avond te zien in een documentaire over Ilse en daar kwam ik dus ook even langs. Ik zeg tegen de zuster: “kom je nu mijn bloeddruk meten en mijn temperatuur controleren? Dan moet je wel weten dat ik net op TV was, dus door de opwinding kan het best wat hoger zijn dan normaal…;)
Eerlijk is eerlijk, als je in het ziekenhuis ligt en je hebt weinig te doen, dan heb je in elk geval veel tijd om over dingen na te denken. Ik reflecteer veel en vraag me regelmatig af wat de oorzaak van mijn galblaas-ontsteking kan zijn. Is dit alleen iets lichamelijks of heeft ook het geestelijke, het mentale invloed op mijn gezondheid? Het zijn tijden waarin je alles wat je doet (of juist niet doet) weer op de weegschaal legt. Ik kom in ieder geval tot de conclusie dat deze situatie mij ertoe aanzet om anders naar het leven te kijken. Ik voel, meer dan ooit, mijn eigen kwetsbaarheid en afhankelijkheid. Ik besef dat ik vaak veel te veel leef vanuit “willen” en “moeten”. Om een voorbeeld te noemen: ik heb honger dus moet ik nu eten en ik wil eten wat ik lekker vind. Die situatie is nu anders: ik heb dan wel honger maar ik mag blij zijn dat ik iets mag eten en dat eten is misschien niet hetgeen ik lekker vind maar het is wel goed voor me. Op een zeker moment denk ik aan het woord “zelfdiscipline”. Daarvan zou ik best wat meer kunnen hebben...
Verder ontdek ik in het ziekenhuis ook wat de waarde is van geloof. Iedereen die mij kent weet dat geloven belangrijk is voor mij maar juist in het ziekenhuis leer ik dat het heel erg van belang is, hoe je God ziet. Mensen getuigen vaak van Gods grootheid en Zijn grote plannen voor de wereld en Zijn macht en kracht. Ik leerde God op een andere manier kennen: ik zag Hem in de kleinste details. In het ziekenhuis kwam ik zieke en zwakke mensen tegen; de ene zieker dan de ander maar allemaal hadden ze diezelfde afhankelijkheid als ik, al was het soms maar voor even. Is het dan zo dat ik in al die mensen God zag? Nee, ik houd het wat dat betreft maar gewoon bij mezelf. Ik merkte en voelde dat God juist daar in mijn leven aanwezig is, waar Hij geen Grootheid en Macht hoeft te laten zien. Maar, bij wijze van spreken een arm om mijn schouder legt en zegt: “ik ga met je mee. Je bent niet alleen”.
Gelukkig krijg ik op donderdagmiddag inderdaad het groene licht om naar huis te gaan. Rond half vier verlaat ik na bijna een week het ziekenhuis om thuis de kuur af te maken en verder te herstellen...
vrijdag 26 november 2010
Van angst en pijn naar berusting en overgave.....
Dit is het verhaal van mijn ziekte en mijn belevenissen van de afgelopen weken. Ik doe het verhaal bewust in een aantal stappen en zal dit dus ook in meerdere delen op mijn blog plaatsen.
Het is half oktober als ik voor eerst wordt “overvallen” door griepverschijnselen. Ik voel me vermoeid, heb last van mijn keel en vooral ook van mijn maag. De klachten houden twee dagen aan en zijn dan weer verdwenen. Dit herhaalt zich een paar keer, in de weken erna en wanneer de maagpijn frequenter en heviger wordt, nu alweer drie weken geleden wordt besluit ik om toch maar eens langs de dokter te gaan. Keer op keer had ik het gevoel dat ik “gewoon iets verkeerd gegeten had” en had dus geen enkel idee dat er echt iets mis zou zijn. Na nog een paar dagen sukkelen in de nieuwe werkweek zie ik op donderdag mijn huisarts.
Het is wel apart dat zij meteen tegen mij zei: “het zou je galblaas weleens kunnen zijn”. Mijn galblaas? Ja, maar ik heb ook pijn in mijn rug en dat heb ik altijd als ik maagpijn heb. De dokter besluit dat ik eerst eens moet proberen om een aantal dagen maagzuurremmers te slikken en dan te kijken of het beter gaat. Nog geen uur nadat ik de dokter heb gesproken krijg ik opnieuw maagpijn….. en deze pijn wordt in de loop van de avond, erger en erger…… Er ontstaat een constant krampende pijn net onder mijn borstbeen. De pijn blijft aanhouden en op een zeker moment raak ik in paniek…… De kramp voelt alsof mijn hele borstkas uit elkaar wordt gerukt; ik wordt bang en denk dat er iets met mijn hart is…… ik voel dat ik de controle over mezelf aan het verliezen ben…. Ondertussen kan ik niet meer liggen, lopen, zitten of staan van de pijn. Ik wring me in allerlei bochten om de pijn niet te hoeven voelen, maar het helpt niets…… Ik zweet zoals ik nog nooit heb gedaan en tril als een rietje. Mijn moeder die inmiddels heeft gezien hoe groot mijn angst, paniek en pijn is belt uiteindelijk de huisartsenpost. De dokter is er vrij snel en stelt vrij snel een diagnose: “waarschijnlijk heb je een niersteen en heb je daarom zo’n pijn”. Gelukkig, er is niks met mijn hart maar die pijn is bijna ondraaglijk. Ik krijg een pijnstiller die na een uur enigszins begint te werken. Het is inmiddels 3 uur in de ochtend…..Tegen 6 uur ga ik mn bed uit; ik kan eigenlijk niet meer maar denk: “als ik iets ga eten gaat de maagpijn misschien weg…….” Helder denken kon ik niet meer…… Het laat zich natuurlijk raden dat er op dat moment helemaal niets was, wat hielp.
Tot ongeveer 11:30 moet ik wachten op mijn huisarts, die door een ander spoedgeval, pas laat beschikbaar is. Weer heb ik urenlang dezelfde krampende pijn. De huisarts injecteert mij met een sterk pijnstillend middel en gelukkig, binnen een half uur begint de verkramping af te nemen en krijg ik eindelijk “lucht”. Je moet nu wel meteen naar het ziekenhuis voor een echo, zegt mijn huisarts om te kijken wat er mis is. Je nieren zijn het zeker niet, het zou een galsteen kunnen zijn. Als de uitslag bekend is, kijken we verder.
Mijn moeder rijdt mij naar het ziekenhuis. Ik ben aangekleed en voel geen pijn meer, door de sterke verdoving maar eigenlijk voel ik me meer dood dan levend. Ik ben verdwaasd en uitgeput door gebeurtenissen van de afgelopen 24 uur en laat alles over me heen komen. Ik kan niet anders meer…… De echo geeft ook vrij snel uitsluitsel: “u heeft een ontstoken galblaas, mijnheer. We sturen u meteen door naar de Eerste Hulp zodat u snel geholpen kunt worden”. Ik denk: “oh, dat is mooi. Dan word ik tenminste snel geholpen”. Eenmaal op de eerste hulp kan ik niet vermoeden dat ik van 15:00 tot bijna 21:00 moet wachten voordat er een bed beschikbaar komt en ik behandeld kan worden door een dokter. Terugkijkend, denk ik: wat vreselijk, al die uren maar op het moment zelf had ik er vrede mee. Ik kon ook niet anders meer. Als er ooit een moment in mijn leven is geweest dat ik mij totaal had overgegeven aan mijn omstandigheden en me niet meer verzet, dan was t op die vrijdag, 12 november 2010……..
De dokter is laat maar duidelijk: “Mijnheer Van Dijken, de hoge waarden in uw bloed geven aan dat uw galblaas behoorlijk is ontstoken. U heeft antibiotica nodig en t is beter dat we u hier houden. Ook dat zag ik als een bevrijding. Het is 00:30 voordat er op zaal een bed beschikbaar is en ik voor het eerst van mijn leven in een ziekenhuisbed beland en aan het infuus kom te liggen. De nacht valt…. Ik krijg morfine om te slapen en tegen de opkomende pijn die inmiddels mijn hele lijf teistert. Ik ben kapot maar berust tegelijkertijd in mijn lot en wacht op de dingen die komen gaan....
Het is half oktober als ik voor eerst wordt “overvallen” door griepverschijnselen. Ik voel me vermoeid, heb last van mijn keel en vooral ook van mijn maag. De klachten houden twee dagen aan en zijn dan weer verdwenen. Dit herhaalt zich een paar keer, in de weken erna en wanneer de maagpijn frequenter en heviger wordt, nu alweer drie weken geleden wordt besluit ik om toch maar eens langs de dokter te gaan. Keer op keer had ik het gevoel dat ik “gewoon iets verkeerd gegeten had” en had dus geen enkel idee dat er echt iets mis zou zijn. Na nog een paar dagen sukkelen in de nieuwe werkweek zie ik op donderdag mijn huisarts.
Het is wel apart dat zij meteen tegen mij zei: “het zou je galblaas weleens kunnen zijn”. Mijn galblaas? Ja, maar ik heb ook pijn in mijn rug en dat heb ik altijd als ik maagpijn heb. De dokter besluit dat ik eerst eens moet proberen om een aantal dagen maagzuurremmers te slikken en dan te kijken of het beter gaat. Nog geen uur nadat ik de dokter heb gesproken krijg ik opnieuw maagpijn….. en deze pijn wordt in de loop van de avond, erger en erger…… Er ontstaat een constant krampende pijn net onder mijn borstbeen. De pijn blijft aanhouden en op een zeker moment raak ik in paniek…… De kramp voelt alsof mijn hele borstkas uit elkaar wordt gerukt; ik wordt bang en denk dat er iets met mijn hart is…… ik voel dat ik de controle over mezelf aan het verliezen ben…. Ondertussen kan ik niet meer liggen, lopen, zitten of staan van de pijn. Ik wring me in allerlei bochten om de pijn niet te hoeven voelen, maar het helpt niets…… Ik zweet zoals ik nog nooit heb gedaan en tril als een rietje. Mijn moeder die inmiddels heeft gezien hoe groot mijn angst, paniek en pijn is belt uiteindelijk de huisartsenpost. De dokter is er vrij snel en stelt vrij snel een diagnose: “waarschijnlijk heb je een niersteen en heb je daarom zo’n pijn”. Gelukkig, er is niks met mijn hart maar die pijn is bijna ondraaglijk. Ik krijg een pijnstiller die na een uur enigszins begint te werken. Het is inmiddels 3 uur in de ochtend…..Tegen 6 uur ga ik mn bed uit; ik kan eigenlijk niet meer maar denk: “als ik iets ga eten gaat de maagpijn misschien weg…….” Helder denken kon ik niet meer…… Het laat zich natuurlijk raden dat er op dat moment helemaal niets was, wat hielp.
Tot ongeveer 11:30 moet ik wachten op mijn huisarts, die door een ander spoedgeval, pas laat beschikbaar is. Weer heb ik urenlang dezelfde krampende pijn. De huisarts injecteert mij met een sterk pijnstillend middel en gelukkig, binnen een half uur begint de verkramping af te nemen en krijg ik eindelijk “lucht”. Je moet nu wel meteen naar het ziekenhuis voor een echo, zegt mijn huisarts om te kijken wat er mis is. Je nieren zijn het zeker niet, het zou een galsteen kunnen zijn. Als de uitslag bekend is, kijken we verder.
Mijn moeder rijdt mij naar het ziekenhuis. Ik ben aangekleed en voel geen pijn meer, door de sterke verdoving maar eigenlijk voel ik me meer dood dan levend. Ik ben verdwaasd en uitgeput door gebeurtenissen van de afgelopen 24 uur en laat alles over me heen komen. Ik kan niet anders meer…… De echo geeft ook vrij snel uitsluitsel: “u heeft een ontstoken galblaas, mijnheer. We sturen u meteen door naar de Eerste Hulp zodat u snel geholpen kunt worden”. Ik denk: “oh, dat is mooi. Dan word ik tenminste snel geholpen”. Eenmaal op de eerste hulp kan ik niet vermoeden dat ik van 15:00 tot bijna 21:00 moet wachten voordat er een bed beschikbaar komt en ik behandeld kan worden door een dokter. Terugkijkend, denk ik: wat vreselijk, al die uren maar op het moment zelf had ik er vrede mee. Ik kon ook niet anders meer. Als er ooit een moment in mijn leven is geweest dat ik mij totaal had overgegeven aan mijn omstandigheden en me niet meer verzet, dan was t op die vrijdag, 12 november 2010……..
De dokter is laat maar duidelijk: “Mijnheer Van Dijken, de hoge waarden in uw bloed geven aan dat uw galblaas behoorlijk is ontstoken. U heeft antibiotica nodig en t is beter dat we u hier houden. Ook dat zag ik als een bevrijding. Het is 00:30 voordat er op zaal een bed beschikbaar is en ik voor het eerst van mijn leven in een ziekenhuisbed beland en aan het infuus kom te liggen. De nacht valt…. Ik krijg morfine om te slapen en tegen de opkomende pijn die inmiddels mijn hele lijf teistert. Ik ben kapot maar berust tegelijkertijd in mijn lot en wacht op de dingen die komen gaan....
zaterdag 30 oktober 2010
The “Gospel” according to Trijntje….....
The “Gospel” according to Trijntje….....
Sinds het begin van de jaren negentig volg ik Trijntje Oosterhuis en haar muziek. Het was alweer in 2007 dat ik haar voor het laatst live had gezien en gehoord….. Ze verbaasde mij en de rest van Nederland met haar akoestische tournee, samen met de weergaloze gitarist Leonardo Amuedo. Twee bijzondere CD’s volgden met het repertoire van de wereldberoemde Burt Bacharach. Nu zou je van dat project kunnen zeggen dat je daarmee altijd kans van slagen hebt omdat de liedjes van Bacharach voor velen een soort “Trip Down Memory Lane” zijn en er dus in gaan als “zoete koek”. Maar, zo eenvoudig is het (gelukkig!) niet. Tijdens de tournee met Bacharach-liedjes bracht Trijntje ook voor het eerst het lied “Ken Je Mij”. Eén van de prachtige teksten, van de hand van Trijntjes vader, Huub. Het zijn Bacharach en “Ken Je Mij” die Trijntje naar mij gevoel op een ander spoor hebben gezet, die haar nog beter hebben gemaakt, die iets hebben toegevoegd aan een artiest die al geweldig was. Althans, dat is wat heb ik ervaren tijdens het concert op 29 oktober in het Stadstheater in Zoetermeer.
Ik ga tegen acht uur pas van huis, stap op de fiets en wandel rond 10 over acht het Stadstheater binnen. In de foyer zie ik, verrassend genoeg, wat ouder publiek. De zaal is al open dus ik loop meteen door naar binnen. Kennelijk, heb ik weer eens geluk gehad bij het reserveren van mijn abonnement want ik heb een super-plaats op rij 5, precies in het midden. Niet te dichtbij het podium, niet te ver weg, zicht over het geheel en ook het voor het geluid is rij 5, de ideale plek. Naast mij zitten twee mensen; ik schat ze zeker 75 jaar. Ik heb tijd om hen even te groeten maar kort daarna gaat het licht al uit en begint het concert…… Mijn andere buren waren, grofweg geschat zo’n 50 jaar jonger….
Daar waar andere artiesten aftrappen met een muzikaal intro van minstens 5 a 10 minuten door de band, komt Trijntje al snel op. Haar eerste twee nummers brengen mij meteen in soort van “gospel-sfeer”. Met “People Get Ready” en “I Say A Little Prayer for You” maar ook een bijzondere uitvoering van “Close To You” ben ik meteen overtuigd dat ik vanavond iets extra’s ga krijgen. Uiteraard, is dat puur gebaseerd op mijn eigen gevoel maar, door haar manier van vertellen over Burt Bacharach en haar ervaringen met deze man merk je dat Trijntje ten diepste iets extra’s heeft gekregen. Ze straalt het ook uit; ik zie iets anders aan haar. Ik voel een extra “Vibe” bij alles wat er al was. Want, vergis je niet: Trijntje was met nummers als “Love me in Slow-Motion”,& Somebody Else’s Lover and “Once in My Life” al een performer van zeer hoog niveau! Maar goed, terug naar de “extra vibe”. Ik geniet van Trijntje zoals ik nog niet eerder heb gedaan, ook al voel ik dat een deel van het publiek in het bomvolle stadstheater, enigszins passief en afstandelijk is. Of dat aan de hoge gemiddelde leeftijd lag, weet ik niet…… In elk geval, moet ik tijdens een opnieuw prachtige uitvoering van “Ken je Mij” me inhouden als er zowel links als rechts achter mij door de muziek wordt heen gesproken. Ik sluit me er van af en luister naar dit prachtige lied. Op dat moment weet ik het zeker: Deze tournee is Trijntje’s eigen “Gospel”. Ze geeft haar publiek een kijkje in haar ziel, diepste gedachten en verlangens.
In haar volgende inleiding verteld Trijntje dat ze ooit, in 1996 in een geweldige rode jurk, mee mocht doen met het spektakelstuk geheten, “De opening van de Amsterdam Arena”. Ze zong toen het lied: “De Zee”. Wat een schitterend lied was dat toch…. Gisteravond bracht ze het opnieuw en hoe…… tijdens het lied schoot ik vol en moest wat tranen wegpinken. Kennelijk, kon ik na al het moois wat er al was geweest mijn emoties niet meer bedwingen.
Eerlijk gezegd, kreeg ik om 21:30 pas in de gaten dat de show in één keer door zou gaan zonder pauze. Inmiddels hadden we al zeker vier of vijf nummer gestaan; de oude mensen naast mij waren daar na twee nummers al mee gestopt…..
Trijntje was bezig aan een bijna 50 minuten durende “toegift”. Althans, zo voelde ik het, na al het moois wat er al was geweest. Alsof het allemaal nog niet genoeg was gunde Trijntje ons tussendoor ook nog een (muzikaal) kijkje in haar beweegredenen voor de speciale CD over Michael Jackson
Het ultieme einde van de show was voor mij de akoestische uitvoering van “That’s What Friends Are For” waarbij Trijntje en haar gitarist op de rand van het podium gingen zitten en daarmee een intieme sfeer creëerden die nog uren had mogen duren, wat mij betreft.
Even na tien uur kwam er met “Once in my Life” een einde aan een prachtige show. Het mooie en prettige aan het Stadstheater in Zoetermeer is dat alles daar goed is opgezet qua ruimte zodat de zaal snel leeg stroomt en je snel weer buiten staat. Om 22:10 Twitter ik: “Goed..beter..best! Fantastische show, Trijntje! “ en stap op de fiets naar huis.
Wat een avond! Op 2 april 2011 zal ik Trijntje opnieuw zien in alweer zo’n mooi theater: de Stadsgehoorzaal in Leiden. Ik kan eigenlijk niet wachten maar t moet…… In de tussentijd ga ik volgende week al naar een “pupil” van Trijntje: Kim Hoorweg. De 17-jarige jazz-zangeres die een tribute-show doet over een andere muziek-legende: Peggy Lee.
NB: Voor wie Trijntje live wil zien en horen: check de speelllijst op www.trijntje.nl. Wees er snel bij want de meeste voorstellingen zijn al uitverkocht!
Sinds het begin van de jaren negentig volg ik Trijntje Oosterhuis en haar muziek. Het was alweer in 2007 dat ik haar voor het laatst live had gezien en gehoord….. Ze verbaasde mij en de rest van Nederland met haar akoestische tournee, samen met de weergaloze gitarist Leonardo Amuedo. Twee bijzondere CD’s volgden met het repertoire van de wereldberoemde Burt Bacharach. Nu zou je van dat project kunnen zeggen dat je daarmee altijd kans van slagen hebt omdat de liedjes van Bacharach voor velen een soort “Trip Down Memory Lane” zijn en er dus in gaan als “zoete koek”. Maar, zo eenvoudig is het (gelukkig!) niet. Tijdens de tournee met Bacharach-liedjes bracht Trijntje ook voor het eerst het lied “Ken Je Mij”. Eén van de prachtige teksten, van de hand van Trijntjes vader, Huub. Het zijn Bacharach en “Ken Je Mij” die Trijntje naar mij gevoel op een ander spoor hebben gezet, die haar nog beter hebben gemaakt, die iets hebben toegevoegd aan een artiest die al geweldig was. Althans, dat is wat heb ik ervaren tijdens het concert op 29 oktober in het Stadstheater in Zoetermeer.
Ik ga tegen acht uur pas van huis, stap op de fiets en wandel rond 10 over acht het Stadstheater binnen. In de foyer zie ik, verrassend genoeg, wat ouder publiek. De zaal is al open dus ik loop meteen door naar binnen. Kennelijk, heb ik weer eens geluk gehad bij het reserveren van mijn abonnement want ik heb een super-plaats op rij 5, precies in het midden. Niet te dichtbij het podium, niet te ver weg, zicht over het geheel en ook het voor het geluid is rij 5, de ideale plek. Naast mij zitten twee mensen; ik schat ze zeker 75 jaar. Ik heb tijd om hen even te groeten maar kort daarna gaat het licht al uit en begint het concert…… Mijn andere buren waren, grofweg geschat zo’n 50 jaar jonger….
Daar waar andere artiesten aftrappen met een muzikaal intro van minstens 5 a 10 minuten door de band, komt Trijntje al snel op. Haar eerste twee nummers brengen mij meteen in soort van “gospel-sfeer”. Met “People Get Ready” en “I Say A Little Prayer for You” maar ook een bijzondere uitvoering van “Close To You” ben ik meteen overtuigd dat ik vanavond iets extra’s ga krijgen. Uiteraard, is dat puur gebaseerd op mijn eigen gevoel maar, door haar manier van vertellen over Burt Bacharach en haar ervaringen met deze man merk je dat Trijntje ten diepste iets extra’s heeft gekregen. Ze straalt het ook uit; ik zie iets anders aan haar. Ik voel een extra “Vibe” bij alles wat er al was. Want, vergis je niet: Trijntje was met nummers als “Love me in Slow-Motion”,& Somebody Else’s Lover and “Once in My Life” al een performer van zeer hoog niveau! Maar goed, terug naar de “extra vibe”. Ik geniet van Trijntje zoals ik nog niet eerder heb gedaan, ook al voel ik dat een deel van het publiek in het bomvolle stadstheater, enigszins passief en afstandelijk is. Of dat aan de hoge gemiddelde leeftijd lag, weet ik niet…… In elk geval, moet ik tijdens een opnieuw prachtige uitvoering van “Ken je Mij” me inhouden als er zowel links als rechts achter mij door de muziek wordt heen gesproken. Ik sluit me er van af en luister naar dit prachtige lied. Op dat moment weet ik het zeker: Deze tournee is Trijntje’s eigen “Gospel”. Ze geeft haar publiek een kijkje in haar ziel, diepste gedachten en verlangens.
In haar volgende inleiding verteld Trijntje dat ze ooit, in 1996 in een geweldige rode jurk, mee mocht doen met het spektakelstuk geheten, “De opening van de Amsterdam Arena”. Ze zong toen het lied: “De Zee”. Wat een schitterend lied was dat toch…. Gisteravond bracht ze het opnieuw en hoe…… tijdens het lied schoot ik vol en moest wat tranen wegpinken. Kennelijk, kon ik na al het moois wat er al was geweest mijn emoties niet meer bedwingen.
Eerlijk gezegd, kreeg ik om 21:30 pas in de gaten dat de show in één keer door zou gaan zonder pauze. Inmiddels hadden we al zeker vier of vijf nummer gestaan; de oude mensen naast mij waren daar na twee nummers al mee gestopt…..
Trijntje was bezig aan een bijna 50 minuten durende “toegift”. Althans, zo voelde ik het, na al het moois wat er al was geweest. Alsof het allemaal nog niet genoeg was gunde Trijntje ons tussendoor ook nog een (muzikaal) kijkje in haar beweegredenen voor de speciale CD over Michael Jackson
Het ultieme einde van de show was voor mij de akoestische uitvoering van “That’s What Friends Are For” waarbij Trijntje en haar gitarist op de rand van het podium gingen zitten en daarmee een intieme sfeer creëerden die nog uren had mogen duren, wat mij betreft.
Even na tien uur kwam er met “Once in my Life” een einde aan een prachtige show. Het mooie en prettige aan het Stadstheater in Zoetermeer is dat alles daar goed is opgezet qua ruimte zodat de zaal snel leeg stroomt en je snel weer buiten staat. Om 22:10 Twitter ik: “Goed..beter..best! Fantastische show, Trijntje! “ en stap op de fiets naar huis.
Wat een avond! Op 2 april 2011 zal ik Trijntje opnieuw zien in alweer zo’n mooi theater: de Stadsgehoorzaal in Leiden. Ik kan eigenlijk niet wachten maar t moet…… In de tussentijd ga ik volgende week al naar een “pupil” van Trijntje: Kim Hoorweg. De 17-jarige jazz-zangeres die een tribute-show doet over een andere muziek-legende: Peggy Lee.
NB: Voor wie Trijntje live wil zien en horen: check de speelllijst op www.trijntje.nl. Wees er snel bij want de meeste voorstellingen zijn al uitverkocht!
Abonneren op:
Posts (Atom)